Selecteer een pagina

Zou kunnen, maar er zijn ook westerse provocaties die hebben bijgedragen aan de huidige “Rusland crisis”

Een nieuw rapport en analyse bij de non-interventionistische denktank Quincy Institute for Responsible Statecraft, analyseerde de oorzaken van de huidige verslechterde betrekkingen tussen de VS (en daarmee het Westen) en Rusland over de Oekraïne. Zij gaat daarbij terug tot de regering van Bill Clinton in de jaren 1990.Meestal ontbreekt in de huidige berichtgeving en het huidige debat zelfs de meest basale historische kennis en context van de laatste dertig jaar na de deconfiture van de Sovjet-Unie. De eenzijdige aanklachten tegen het gedrag van Rusland gaan steevast voorbij aan de talrijke westerse provocaties die gedurende de jaren plaatsvonden. De verslechtering van de betrekkingen van het Westen met het postcommunistische Rusland begon tijdens de regering van Clinton.

President Clinton en president Jeltsin, 23 oktober 1995. Bron: William J. Clinton Library

Naast de provocaties van de Russen vanuit de zienswijze van het Westen (de annexatie van de Krim, militaire interventies in Syrië, steun aan separatisten in Oost-Oekraïne en pogingen tot inmenging in de politieke aangelegenheden van andere landen, MH17, etc.) zijn hieronder op basis van het Responsible Statecraft rapport een aantal belangrijke westerse provocaties benoemd die uiteindelijk mede tot de huidige situatie met Rusland hebben geleid, c.q. daaraan een belangrijke bijdrage hebben geleverd.

Provocatie 1: de eerste uitbreiding van de NAVO naar het oosten
In haar memoires “Madame Secretary” geeft de voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties en minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright aan dat ambtenaren van de regering-Clinton reeds in 1993 besloten de wensen van Midden- en Oost-Europese landen om lid te worden van de NAVO te onderschrijven. Het Bondgenootschap voegde in 1998 Polen, Tsjechië en Hongarije toe. Albright gaf toe dat de Russische president Boris Jeltsin en zijn medewerkers buitengewoon ongelukkig waren met die ontwikkeling. De Russische reactie was begrijpelijk, omdat de uitbreiding in strijd was met de informele toezeggingen die de regering van president George H.W. Bush Moskou had gegeven toen Michail Gorbatsjov niet alleen had ingestemd met het accepteren van een verenigd Duitsland, maar ook met een verenigd Duitsland in de NAVO. De impliciete quid pro quo was dat de NAVO niet verder zou worden uitgebreid dan de oostgrens van het verenigde Duitsland. 

Provocatie 2: De militaire interventie van de NAVO op de Balkan
De luchtoorlog van de NAVO in 1995 tegen Bosnische Serviërs die zich wilden afscheiden van het pas ontstane land Bosnië-Herzegovina en het opleggen van de Vredesakkoorden van Dayton irriteerden Jeltsins regering en het Russische volk enorm. De Balkan was al generaties lang een regio van aanzienlijk religieus en strategisch belang voor Moskou, en het was vernederend voor de Russen om machteloos toe te kijken hoe een door de VS geleide alliantie daar de resultaten dicteerde. De westerse mogendheden voerden vier jaar later een nog grotere provocatie uit toen ze tussenbeide kwamen namens een afscheidingsopstand in de onrustige Servische provincie Kosovo. Het loskoppelen van die provincie van Servië en het onder VN-controle plaatsen, schiep niet alleen een ongezond internationaal precedent, maar de stap toonde ook totale minachting voor de belangen en voorkeuren van Rusland op de Balkan.

De beslissingen van de regering-Clinton om de NAVO uit te breiden en zich te bemoeien met Bosnië en Kosovo waren cruciale stappen in de richting van het creëren van een nieuwe koude oorlog met Rusland. De voormalige Amerikaanse ambassadeur in de Sovjet-Unie Jack F. Matlock Jr. beschrijft de negatieve impact die de uitbreiding van de NAVO en de door de VS geleide militaire interventies op de Balkan hadden op de Russische houding ten opzichte van de Verenigde Staten en het Westen als volgt: “Het effect op het vertrouwen van de Russen in de Verenigde Staten was verwoestend. In 1991 gaven peilingen aan dat ongeveer 80 procent van de Russische burgers een gunstig beeld had van de Verenigde Staten; in 1999 had bijna hetzelfde percentage een ongunstig beeld.”

Provocatie 3: de daaropvolgende uitbreidingsgolven van de NAVO
Ondanks de onvrede over hoe de regering-Clinton Moskou tegenwerkte door de NAVO naar Midden-Europa te laten uitbreiden, drong de regering van George W. Bush er bij de bondgenoten op aan om het lidmaatschap te verlenen aan de rest van het ter ziele gegane Warschaupact en aan de drie Baltische republieken. Dit laatste in 2004 escaleerde dramatisch de militaire invloed van het Westen. Die drie kleine landen hadden niet alleen deel uitgemaakt van de Sovjet-Unie, ze hadden ook het grootste deel van hun recente geschiedenis doorgebracht als onderdeel van het rijk van tsaristisch Rusland. Het sentiment over de arrogante minachting van het Westen voor de Russische veiligheidsbelangen werd er bepaald niet beter op.

Uitbreiding van de NAVO richting de Russische grens was niet de enige provocatie. In toenemende mate hielden de Verenigde Staten zich bezig met inzet van hun strijdkrachten in de nieuwe alliantieleden. Zelfs de minister van Defensie van George Bush, Robert Gates, uitte zijn bezorgdheid dat dergelijke acties gevaarlijke spanningen veroorzaakten. Poetins toespraak in februari 2007 voor de jaarlijkse Veiligheidsconferentie in München maakte duidelijk dat het geduld van het Kremlin met de arrogantie van VS en NAVO ten einde begon te lopen. Bush probeerde overigens additioneel het NAVO-lidmaatschap voor Georgië en Oekraïne veilig te stellen, een beleid dat zijn opvolgers zijn blijven voeren ondanks verzet van Frankrijk en Duitsland.

Successievelijke uitbreidingen van de NAVO

Provocatie 4: Rusland behandelen als een regelrechte vijand in Oekraïne en elders
Westerse leiders namen Poetins waarschuwingen niet serieus genoeg. In plaats daarvan gingen de provocaties op meerdere fronten door en in sommige gevallen zelfs versneld. De Verenigde Staten en belangrijke NAVO-landen omzeilden begin 2008 de VN-Veiligheidsraad (en een zeker Russisch veto) om Kosovo volledige onafhankelijkheid te verlenen. Drie jaar later misleidde de regering van Barack Obama Russische functionarissen over het doel van een “humanitaire” militaire VN-missie in Libië, en wist de Russen te overtuigen haar veto niet uit te preken. De missie veranderde echter prompt in een door de VS geleide “regime-change” oorlog om de Libische leider Muammar Kadhafi omver te werpen. Kort daarna werkten de Verenigde Staten samen met gelijkgestemde machten in het Midden-Oosten in een campagne om de Russische bevriende leider Bashar al-Assad, uit Syrië te verdrijven. Daarna volgde bemoeienis van de VS en de EU met de binnenlandse politiek van de Oekraïne.

Kortom
Het is prima om te oordelen over de agressieve en destabiliserende acties van Rusland, waaronder de annexatie van de Krim, militaire interventies in Syrië, steun aan separatisten in Oost-Oekraïne en pogingen tot inmenging in de politieke aangelegenheden van andere landen, MH17, etc.. Maar om de totale context der dingen te begrijpen is het goed ook de handelwijze van het Westen te (er)kennen. 

Over de ontstane wederzijdse wrevel wordt vanaf 10 januari 2022 in Genève onderhandeld. Het Kremlin eist daarbij dat de NAVO instemt met geen verdere uitbreiding naar het oosten in de vorm van veiligheidsgaranties.

Bron: ZeroHedge

close

Vind u een Moreel Kompas ook zo belangrijk? Meld u dan geheel vrijblijvend aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
Deel dit artikel: