Selecteer een pagina

Kijkend naar de volstrekt utopische en maatschappij en economie torpederende klimaatdoelen van Parijs, is in elk geval één land goed op weg: Gambia. 

Dat blijkt uit een rapport waarin 35 landen, waaronder de grootste uitstoters van CO2, zijn beoordeeld. De EU is daarbij als geheel bekeken. Wat blijkt?

Landen met strenge doelstellingen liggen by far niet op koers om die te realiseren, terwijl veruit de meeste andere landen weinig of helemaal geen concrete doelstellingen geformuleerd hebben om tot reductie te komen in 2030. Ter informatie: het Klimaatakkoord van Parijs hebben 191 landen ondertekend, maar slechts 61 landen hebben zich gecommitteerd aan een kwantitatieve CO2 reductiedoelstelling. Van die 61 landen heeft de EU namens 28 landen (destijds nog inclusief het Verenigd Koninkrijk) getekend. De EU landen moet onder druk van de EU meedoen. Wie geen concrete doelstellingen heeft hoeft immers ook niks concreet toe te zeggen. Veruit de meeste landen van de wereld leunen relaxed achterover en bekijken hoe de koplopers hun maatschappij en economie ontwrichten. We zien dat inmiddels gebeuren in West-Europa in de vorm van historisch hoge inflatie, ongekende energieprijzen en dreigende energietekorten. Leidend tot verarming en structurele uitholling van de concurrentiepositie van Europese landen. Sociale onrusten staan voor de deur.

De status van de energietransitie is gepubliceerd in een rapport van Climate Action Tracker (bron), een samenwerkingsverband van Climate Analytics en het NewClimate Institute. 

Het rapport rangschikt landen op basis van factoren als klimaatbeleid, actie, landgebruik, internationale financiële steun en emissiedoelen. Het enige land dat zich aan de doelstellingen houdt, is Gambia. Het kleine West-Afrikaanse land zet vooral stappen op het gebied van duurzame energie.

Uit de analyse blijkt onder andere dat een aantal belangrijke landen, zoals Australië, Brazilië, Indonesië en Rusland gewoon op hetzelfde niveau zitten of nog slechter presteren dan in het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is bepaald.

Zoals in onderstaand schema is te zien, presteert het Verenigd Koninkrijk beter dan de EU, maar doen landen als Canada, Nieuw-Zeeland en China het slechter. 


Conclusie
Op basis van bovenstaand onderzoek zien wij een situatie waarin voor de utopische doelen feitelijk onvoldoende draagvlak bestaat op globaal niveau. Zeer belangrijke landen als het gaat om CO2 emissie als China, India, Rusland en Saoedie-Arabië doen in feite niet, of alleen voor de bühne, mee. Redelijk op weg in de transitie zijn vrijwel uitsluitend onbelangrijke nietszeggende landen. En dit tegen de volgende achtergronden:

  • De energietransitie kost (exclusief China) maar liefst USD 150.000 mrd. Het totale GDP/BBP van de wereld is ongeveer 86.000 mrd. per jaar. Benodigd is dus circa 2x het huidige wereldwijde BBP. Of: de als extreem hoog en incidenteel (een dergelijke pandemie is er niet eerder geweest) gekwalificeerde totale globale covid gerelateerde kosten, worden geschat op USD 3.940 mrd.. Dat is aanzienlijk minder dan het voor de energietransitie benodigde jaarbedrag ad USD 5.000 mrd.. En dat: 30 jaar lang! (bron).
  • Voorloper in de “Energiewende” is Duitsland. Duitsland heeft inmiddels de hoogste stroomprijs van de wereld.
  • Groene energie is structureel duurder dan fossiele energie. Alleen al om het feit dat naast groene energiebronnen als wind, zon en biomassa een infrastructuur van fossiele energiebronnen moet blijven bestaan. Als er onvoldoende wind, zon of biobrandstof is ten opzichte van de energievraag moet er fossiel worden bijgestookt. Dit betekent dat de vaste kosten (afschrijvingen, onderhoud, personeel, etc.) voor zowel de groene- als de fossiele infrastructuur blijvend in stand moet worden gehouden. De energietarieven bevatten derhalve de kosten van beide infrastructuren. Daarnaast dient overproductie van stroom gesubsidieerd te worden afgezet naar het omringende buitenland (daar schijnt de zon ook c.q. waait het toevallig ook). Die negatieve afzetprijs maakt onderdeel uit van de kostprijs die de burger moet betalen. Als groene energie goedkoper zou zijn, waren de oeverloze subsidies voor windparken, zonnecellen, elektrische auto’s etc. niet nodig. ook die subsidies betaalt per saldo de belastingbetaler.
  • Wat de gevolgen van de energietransitie zijn kunnen we momenteel zien in de ontwikkeling van de energiemarkt. Grote tekorten zijn ontstaan door jarenlange desinvesteringen in de fossiele energiesector (voorbeeld). Van ontginning, winning tot raffinage. De vraag is hoger dan het aanbod, leidend tot oplopende prijzen vanaf medio 2021. Het geruzie van het westen (sancties) met Rusland heeft dit proces verder versneld. De structurele oorzaak ligt echter in het klimaatbeleid.
  • Door de opgelopen energieprijzen die voor het grootste deel veroorzaakt worden door het klimaatbeleid en de overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus in de vorm van lockdowns en bewegingsbeperkingen, hebben geleid tot een uitzonderlijk hoge inflatie. En die inflatie is niet tijdelijk. Conform het CPB kunnen ca. 1,2 mln. huishoudens nu al niet meer rondkomen. Dat zijn meer dan 2 mln. mensen in Nederland!
  • Een sluitend “groen” energieconcept dat betaalbare energie met een hoge leverzekerheid garandeert, is er niet. Er is door politici volstrekt onverantwoordelijk gestart met het afbouwen van de fossiele energievoorziening (Duitsland voorop) zonder dat groene alternatieven in voldoende mate aanwezig waren. Daarbij stelselmatig de fossiele sector en investeringen in fossiele energievoorziening verketterend.
  • Het promoten van de energietransitie heeft stelselmatig leugenachtig plaatsgevonden. Er is in de communicatie nooit expliciet aandacht geweest voor de problemen van de energietransitie, zoals: de onbetaalbaarheid van de benodigde investeringen, de verminderde leverbetrouwbaarheid, de veel hogere energieprijzen, de inflatoire effecten, het feit dat de geschiedenis leert dat welvaart alleen daar kan ontstaan waar energie in voldoende mate, betrouwbaar en betaalbaar beschikbaar is, het uithollen van de concurrentiepositie van Europa ten opzichte van de rest van de wereld, etc. etc. etc..

En het ergste van allemaal: zolang de energietransitie niet globaal gebeurd, levert besparing van fossiele brandstoffen in het westen NUL !!! besparing aan CO2 emissie op. Niet een beetje. Nee nul.
Het is heel eenvoudig: élke liter olie (ton steenkool, etc.) die uit de grond wordt gehaald door olieproducerende landen en als energiebron wordt gebruikt, leidt hoe dan ook tot CO2 uitstoot. Als het westen minder olie verbruikt is dat mooi maar de olieproducerende landen zullen geen liter olie minder oppompen. Die landen moeten blijven produceren om hun hofhouding in stand te houden en bevolking van enige welvaart te voorzien. Die olie wordt gewoon verkocht aan landen die niet meedoen aan de energietransitie. Dat zien we dan ook volop gebeuren (bron). Met alle gevolgen (ook geopolitiek) van dien. China zet bijvoorbeeld vol in op uitbreiding van steenkolen centrales. Overigens: als de olieprijs zou dalen door lagere vraag uit het westen dan is het antwoord van de olieproducerende landen simpel: verhogen van de productie. En daarmee verhogen van de globale CO2 uitstoot… Lastig puntje is trouwens dat het grootste olie producerende land ter wereld (Saoedie-Arabië) inmiddels slaande ruzie heeft met de Verenigde Staten en een innige relatie ontwikkeld met de Chinezen en de Russen (bron).


Een “groen” overheidsbeleid dat op wereldniveau niets oplost met ongekende maatschappelijke, economische en geopolitieke gevolgen. Exact als bij de sancties tegen Rusland trouwens: het stopt de oorlog in de Oekraïne niet, de Russen hebben er nauwelijks last van en de burgers en het bedrijfsleven in het westen betalen de prijs. Niet de beoogde effecten, wel de nadelen.


close

Vind u een Moreel Kompas ook zo belangrijk? Meld u dan geheel vrijblijvend aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
Deel dit artikel: