Selecteer een pagina

Beleid maakt men op basis van cijfers. Het Genootschap zou zeggen: betrouwbare cijfers. Beleid gebaseerd op onbetrouwbare cijfers leidt tot teleurstellende resultaten. In de volksmond: dat is flutbeleid.

De cijfers ten aanzien van corona in Nederland zijn een gotspe. Wij schreven eerder over de onbetrouwbaarheid daarvan, het onderling niet aansluiten van cijfers, een gebrek aan stelselmatigheid in registratie methoden, uitvallende ICT systemen, etc. in ons inmiddels breed internationaal geroemde artikel: “Cijfers RIVM/CBS inferieure basis voor beleid?” (bron). 

Zijn de cijfers er wel, dan willen ze die niet geven. Wie herinnert zich de gênante scenes niet tussen Van Houwelingen en de Jonge in de Tweede Kamer der Staten-Generaal waarbij de Jonge weigerde informatie te verstrekken over de verhouding gevaccineerd/niet gevaccineerd in ziekenhuizen. Daarmee het staatrecht en de controlerende rol van de Tweede Kamer schofferend. Los van een gebrek aan fundamenteel fatsoen. Opheldering verschaffen omtrent de structurele oversterfte vanaf zomer 2021 wilde men ook niet totdat een unaniem aangenomen motie in de Tweede Kamer (Omtzigt) de regering daartoe dwong. Maar liefst ook met uitstel van een dergelijk onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek (bron). Dat de Jonge stelselmatig de wet heeft overtreden door geen gehoor te geven (ondanks 3 rechterlijke uitspraken plus een uitspraak van de Raad van State) aan de verplichting van de overheid om informatie te verstrekken conform de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB), spreekt boekdelen (bron). Als de overheid de wet zelf overtreedt, dan weet je het wel…

Ter illustratie van de informatie kwaliteit waarop het coronabeleid wordt gestuurd: een verdieping op het thema “corona doden”. Hierbij staat vast dat sprake was en is van vervuilingen en stagnatie in de registratie van corona doden. Daarnaast staat vast dat men (RIVM vs. CBS) lustig langs elkaar heen registreert/rapporteert en verschillen afdoet als (RIVM): “De hier gepresenteerde sterftecijfers betreffen daarom een onderrapportage”. Wij zouden zeggen: kras op met je cijfers als je upfront al aangeeft dat ze niet kloppen.

Wat is een corona dode?
Een simpele vraag, maar zoals later in dit artikel aangegeven is dat bepaald geen eenvoudige zaak. Wij zouden zeggen: een corona dode is een persoon die aantoonbaar overlijdt aan de gevolgen van corona. En dat daaromtrent aan zorgprofessionals klip en klare instructies worden verstrekt omtrent de wijze waarop “formulieren worden ingevuld”. Wil men sturen op corona gerelateerde mortaliteit is het minimaal nuttig om op dit punt volstrekte helderheid te betrachten. Een corona dode is niet iemand zie zijn nek breekt maar toevallig een positieve PCR test heeft gehad. Gebroken nekken vervuilen de corona cijfers. 
Net als het “aantal corona patiënten in ziekenhuizen” wordt vervuild doordat er lukraak PCR testen worden gedaan. Elke positieve PCR uitslag leidt tot een extra “corona patiënt”. Dat die patiënt komt voor een gebroken been is dan een andere zaak. U denkt dat dat overdreven is? Wij niet. Zie het volgende filmpje.

Fauci over overregistratie van kinderen met corona in het ziekenhuis.

Interview met Marcel Levi

SAT1: 50% corona patiënten in ziekenhuizen zijn geen corona patiënt

Er is sprake van structureel te hoge corona registraties. Het aantal personen dat is overleden MET corona is (veel) hoger dan het aantal personen dat daadwerkelijk is overleden DOOR corona. In de gebruikelijke sterftecijfers wordt echter alles op een hoop gegooid. Deze cijfers zijn derhalve structureel te hoog.

Wil men inzicht in de kwaliteit van de registratie van corona doden, dan zouden obducties wenselijk zijn. Bijvoorbeeld steekproefsgewijs. Dan kan men onafhankelijk vaststellen wat de doodsoorzaak feitelijk is geweest. De gebroken nek of toch corona. Dit wordt echter niet toegepast. Daar waar het op verzoek van nabestaanden wel heeft plaatsgevonden is men tot verbijsterende bevindingen gekomen (bron).

Corona doden volgens het RIVM
Het RIVM schrijft op haar site: “Sinds de griepepidemie van 2009 houdt het RIVM wekelijks het aantal overleden mensen in de gaten met gegevens van het CBS. Het doel van het monitoren van sterftecijfers is om de impact van een epidemie of een incident in beeld brengen.

De sterfgevallen worden door de gemeenten aan het CBS  doorgegeven. Binnen 2 weken zijn circa 97% van alle sterfgevallen bekend bij het CBS.

De personen die in de afgelopen week overleden zijn gemeld, zijn niet allemaal in de afgelopen week overleden. Het werkelijke aantal overleden personen is hoger dan het aantal overleden personen gemeld in de surveillance. Dit komt doordat er geen meldingsplicht geldt voor overlijden aan COVID-19. De hier gepresenteerde sterftecijfers betreffen daarom een onderrapportage.

Los van “MET vs. DOOR corona overleden” discussies, is sprake van onderrapportage in de cijfers van het RIVM ten opzichte van het CBS. Terwijl het RIVM haar cijfers dus baseert op CBS cijfers.

Het CBS rapporteert aanzienlijk meer corona doden dan het RIVM. 
Gemiddeld rapporteert het CBS 2,13x zo veel corona doden als het RIVM over de periode t/m augustus 2021.

Corona doden volgens het CBS
Het is goed te begrijpen op welke wijze registratie van overlijdens bij het CBS plaats vindt.
Van de website van het CBS  (bron)

Als een persoon overlijdt vindt er een schouw plaats door de behandelend arts of een waarnemer, of bij verdenking van een niet-natuurlijke dood door een forensisch arts. De schouwend arts (*) vult twee formulieren in: een overlijdensverklaring en een doodsoorzakenformulier. De begrafenisondernemer brengt de formulieren bij de gemeente van overlijden. De gemeente verwerkt vervolgens alleen de overlijdensverklaringen, waar persoonsgegevens op staan, en registreert dat de betreffende persoon overleden is. Deze data leveren ze aan het CBS. Daardoor heeft het CBS redelijk snel zicht op het aantal overleden personen.

(*) omtrent de wijze waarop de artsen zijn geïnstrueerd ten aanzien van de codering van doodsoorzaken, zij verwezen naar het vervolg van dit artikel.

De verwerking van de doodsoorzaken is complexer
Dat heeft met een aantal redenen te maken. De eerste is een procedurele: gemeenten verwerken de doodsoorzakenformulieren niet; er is wettelijk vastgelegd dat het CBS dat doet. Gemeenten zetten een aktenummer en hun gemeentecode op de envelop van het doodsoorzakenformulier, die overeenkomen met de overlijdensakte van de overleden persoon. Eens per maand sturen ze de enveloppen naar het CBS. Het CBS verwerkt de doodsoorzakenformulieren vervolgens handmatig. Met de aktenummers en gemeentecodes op de enveloppen kan het CBS de doodsoorzakenformulieren koppelen aan de overlijdensverklaringen bij gemeenten.

Waarom gebeurt deze aanlevering van doodsoorzaken schriftelijk
De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de doodsoorzakenformulieren op papier bij het CBS aangeleverd moeten worden. Er is een wijziging van deze wet in de maak, die digitale aanlevering mogelijk maakt. In het kader daarvan lopen een aantal pilots, onder andere met huisartsenpraktijken, ziekenhuizen en forensisch artsen. Artsen kunnen het ingevulde formulier dan digitaal rechtstreeks naar het CBS versturen. Deze wetswijziging moet echter nog doorgevoerd worden; tot die tijd is schriftelijke aanlevering buiten de pilots om wettelijk verplicht.’ 

Wat maakt de classificatie van de doodsoorzaken complex
Het CBS voert handmatig alle gegevens op het doodsoorzakenformulier in. Dit zijn de niet-medische gegevens, zoals de gemeente, leeftijd en het geslacht; en de medische gegevens, zoals ziektes of aandoeningen. Vervolgens codeert het CBS de ingevulde doodsoorzakenDe schouwarts heeft op het doodsoorzakenformulier de keten van oorzaken ingevuld die tot het overlijden van de persoon hebben geleidBij longkanker bijvoorbeeld kunnen uitzaaiingen in de lever zijn opgetreden, waardoor bloedingen ontstonden, waaraan iemand overleed. De bloedingen zijn dan de directe aanleiding tot overlijden, maar longkanker is de onderliggende doodsoorzaak. Deze onderliggende doodsoorzaak wordt in de statistiek opgenomen. Het CBS codeert de doodsoorzaken volgens het classificatiesysteem van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Met internationale statistische codeersoftware kan het CBS ongeveer 60 procent van de doodsoorzakenformulieren automatisch coderen. De overige 40 procent moet door gespecialiseerde codeurs handmatig bekeken en gecodeerd worden. Soms moeten zij ook contact opnemen met de invullende arts om de benodigde informatie helder of compleet te krijgen.’ 

Hoe wordt Covid-19 gecodeerd

De WHO stelde in januari 2020 een classificatiecode voor COVID-19 op. Die was bedoeld voor vastgestelde besmettingen. Maar omdat het een nieuw coronavirus betreft waren nog niet alle symptomen bekend en ook niet alle patiënten werden getest. Er waren dus sterfgevallen waarbij een sterk vermoeden van coronabesmetting bestond, maar dat niet door laboratoriumtesten (PCR test, redactie) geverifieerd was. Daarom introduceerde de WHO eind maart een nieuwe classificatiecode voor de vermoedelijke COVID-19 besmetting. Zo kan er onderscheid gemaakt worden tussen vastgestelde en vermoedelijke besmetting. Deze classificatiecode gold met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020.’ 

Wat betekende de pandemie voor de doodsoorzakenstatistiek

‘De gezondheidszorg stond door de pandemie enorm onder druk. Formulieren invullen had daardoor begrijpelijkerwijs lagere prioriteit. Door de extra sterfte moesten er meer formulieren verwerkt worden dan gewoonlijk. Dat gold ook voor de gemeenten, en die lagen door de lockdown gedeeltelijk plat. De doodsoorzakenformulieren kwamen daardoor bij het CBS zowel in grotere aantallen als begrijpelijkerwijs op andere frequenties binnen dan gebruikelijk. Omdat COVID-19 veroorzaakt wordt door een nieuw virus wisten we ook niet hoe artsen de formulieren zouden invullen. Dat betekende dat meer formulieren handmatig gecodeerd moesten worden, terwijl ook het CBS in lockdown zat en door de pandemie geraakt werd. Het CBS heeft alles op alles gezet om de doodsoorzakenformulieren zo snel mogelijk te verwerken. Daar hebben heel veel mensen héél hard aan gewerkt.


Doodsoorzaak
Met de doodsoorzaak wordt dus de onderliggende doodsoorzaak bedoeld. In bovenstaand voorbeeld longkanker en niet bloedingen in de lever. De onderliggende doodsoorzaak is (a) de ziekte of aandoening waarmee de reeks van gebeurtenissen die uiteindelijk het overlijden van de persoon veroorzaakte een aanvang nam of (b) de omstandigheden van het ongeval of geweld dat het letsel waardoor de persoon overleed veroorzaakte. De doodsoorzaak wordt gecodeerd volgens internationaal afgesproken ICD-10 codes van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). 

De classificatie en ICD-10 codering COVID-19 volgens richtlijnen WHO:

  • U07.1 COVID-19, virus geïdentificeerd 
  • U07.2 COVID-19, virus niet geïdentificeerd 
    • Klinisch-epidemiologisch gediagnosticeerde COVID-19 
      • Waarschijnlijk COVID-19 
      • Vermoedelijke COVID-19.

Hoewel beide categorieën, U07.1 (COVID-19, virus geïdentificeerd) en U07.2 (COVID-19, virus niet geïdentificeerd), geschikt zijn voor doodsoorzaakcodering, wordt erkend dat in veel landen de laboratoriumbevestiging van COVID-19 (PCR test, redactie) níét wordt vermeld op het doodsoorzaakformulier. Bij gebrek aan dit detail wordt aanbevolen, alleen voor gebruik in de doodsoorzaakregistratie, om COVID-19 voorlopig te coderen als U07.1, tenzij dit wordt vermeld als “waarschijnlijk” of “vermoedelijk”. In dat geval wordt de doodsoorzaak gecodeerd als U07.2

Definitie overlijden aan COVID-19 t.b.v. statistieken
Om COVID-19-sterfte goed in kaart te brengen wordt voor statistische doeleinden een overlijden als gevolg van COVID-19 gedefinieerd als een overlijden aan een “klinisch compatibele ziekte, in het geval van bevestigde of vermoedelijke/waarschijnlijke COVID-19, tenzij er een duidelijke andere doodsoorzaak is die niet gerelateerd kan zijn aan COVID-19 (bv. lichamelijk letsel door een ongeluk). Er mag geen periode van volledig herstel van COVID-19 zijn tussen ziekte en overlijden.

Oordeelsvorming

Overwegende dat:

  • de registratiesystematiek kan worden gekwalificeerd als foutgevoelig, gedateerd, inefficiënt en onvoldoende up to date (eufemisme)
  • er niet vanaf het begin eenduidigheid was omtrent het hanteren van de coderingen ten aanzien van covid-19 als doodsoorzaak. Het criterium “klinisch compatible” leunt wel erg sterk op professional judgement op basis van de op dat moment voorhanden covid-19 kennis bij de arts. Deze kennis is pas gaandeweg ontstaan en verspreid. Los van dat dit dwingend had moeten worden toegepast bij de vaststelling van de (onderliggende) doodsoorzaak. Er is slechts één medisch professional die de doodsoorzaak kan vaststellen: de arts.
  • de klinische verschijnselen van covid-19 alsmede de effecten daarvan op de mogelijke doodsoorzaak van patiënten is pas in de loop van de tijd voor zorg professionals bekend geworden (zoals gaandeweg pas bekend is geworden dat COVID-19 kan leiden tot bloedklontering, myocarditis, etc. Net als bij vaccinaties overigens)
  • er geen expliciete registratie plaatsvindt van de onderliggende doodsoorzaak door de schouwende arts: deze onderliggende doodsoorzaak wordt “administratief” door het CBS op basis van de ontvangen doodsoorzaak formulieren, bepaald. “Desk research” in plaats van beoordeling van de onderliggende doodsoorzaak door de arts ter plekke.
  • volgens VWS sprake was van een ‘ongekende medische noodsituatie’ in deze pandemie.

zijn wij van oordeel dat:

  • in een dergelijke gezondheidscrisis dient de registratie van medische feiten acuut te worden geborgd onder stringente topdown regie. Zulks is niet gebeurd. Sterker, per heden, twee jaar na uitbreken van de epidemie is het nog steeds niet op orde waardoor kort-cyclisch sturen op cijfers onmogelijk is.
  • de registratiesystematiek dient zodanig te zijn dat deze zeer actuele gegevens bevat die betrouwbaar zijn: juist, volledig en tijdig. De betrouwbaarheid dient geborgd te zijn door een sluitende registratiesystematiek en check & balances op de geregistreerde gegevens. Daaronder dienen (steeksproefgewijze) obducties te vallen. Registratie van de hoofdoorzaak van overlijden dient plaats te vinden door een arts en niet door een statisticus.
  • de betrouwbaarheid is gebaat bij kort-cyclische rapportage van informatie en niet zoals nu een half jaar of kwartaal na dato “voorlopige” cijfers rapporteren.
  • rapportage van cijfers onder vermelding van “De hier gepresenteerde sterftecijfers betreffen daarom een onderrapportage” of anderszins rapporteren van onbetrouwbare gegevens zou verboden moeten worden want onvoldoende basis voor beleidsformulering en beleidsmonitoring.

De overige registraties zijn er deels nog slechter aan toe. Bijvoorbeeld ten aanzien van de vaccinatiestatus van patiënten in het ziekenhuis. Op dat gebied vindt momenteel geen stelselmatige registratie plaats. Ook bizar is dat uit wekelijks gepubliceerde cijfers van het CBS bijvoorbeeld keer op keer blijkt dat telkens weer mutaties in het verleden op treden. Bijvoorbeeld 40 weken geleden. Dit spreekt boekdelen. Het zelfde geldt met betrekking tot de registraties en rapportages van het RIVM. Het spreekt boekdelen dat wekelijks mutaties in het verleden optreden betreffende aantal gevaccineerden. Dat illustreert de onbetrouwbaarheid van de registraties en rapportages. Zie ook het volgende schandaal van 4 januari 2022 waarbij zonder vermelding cijfers achteraf zijn aangepast door het RIVM:

De gegevens als geregistreerd bij het CBS zijn eigendom van ons allemaal. Geregistreerd en verwerkt met belastinggelden. Het is onbegrijpelijk dat de geregistreerde gegevens niet doorlopend openbaar zijn zonder dat deze bewerkt of ingedikt zijn. Bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoek. maar ook voor de geïnteresseerde burger. Uiteraard geanonimiseerd waar van toepassing. De registratie en rapportage systematiek kan veel beter. Bijvoorbeeld zoals bij het “CBS” van het Verenigd Koninkrijk: ONS (Office of National Statistics). Een verademing.


close

Vind u een Moreel Kompas ook zo belangrijk? Meld u dan geheel vrijblijvend aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
Deel dit artikel: