Selecteer een pagina

Je gruwelt van hem of je bent lyrisch over hem. Aan hem scheiden de geesten.

Kees de Kort is de vaste economie commentator van BNR. Iets na 12 presenteert hij op werkdagen een illustere column, of beter een feuilleton over de staat van de economie in de wereld. Kern is altijd de onderliggende ontwikkeling. Niet de beurskoers van de dag maar de grote beweging van de economische ontwikkelingen. De dingen die er buiten de waan van elke dag op dat gebied toe doen.

© BNR

Kees is de makkelijkste niet. Kees zeurt. Kees zegt dingen die je eigenlijk niet wil horen. Kees benoemt problemen. Kees denkt in problemen. Maar Kees heeft gelijk. Kees is een held! Een ode aan zijn analyse over de rol van centrale banken.

Op het grote toneel der dingen is sprake van ontwikkelingen, structurele ontwikkelingen, die wij als samenleving niet zouden moeten willen accepteren. Een van die dingen is de rol van centrale banken. De ECB, de FED en BOJ. Centrale banken hebben verschillende rollen:

  • toezichthouder op het financiële stelsel en de daarin opererende partijen (o.a. particuliere banken) teneinde bij te dragen aan de stabiliteit van dat stelsel;
  • partij die het monetaire beleid bepaalt en vorm geeft in termen van geldhoeveelheid en rentebeleid en daarbij stuurt op economische stimulering en beheersing van inflatie.

Sinds de kredietcrisis (val van Lehman Brothers in 2017, waarbij de crisis tot volle wasdom kwam in 2008) hebben centrale banken een beleid gevoerd dat gericht is op het stabiliseren van de financiële sector. Als in de kredietcrisis íets helder geworden is, is het dat:

  • de financiële sector niet zo zeer meer “dienstbaar” (verstrekken financieringen, etc.) is aan de reële economie, maar dat deze in veel landen inmiddels groter en belangrijker geworden is dan het deel van de economie dat zij zou moeten dienen; 
  • onrust op de financiële markt aanleiding kan zijn voor majeure impact op de reële economie.

Centrale banken doen er dan ook alles aan onrust op de financiële markten te voorkomen.

Bijgevolg is het beleid primair daarop gericht. Niet het dienen van de economie of de samenleving, maar het borgen van de rust in de financiële sector. Voorspelbaarheid in beleid, lage rente, steunen van banken via opkoopbeleid van slechte leningen, etc.. De effecten voor de reële economie ? 
Beperkt en uitermate teleurstellend:

  • ondanks het feit dat de financieringslasten (rente) van investeringen krankzinnig laag zijn, zijn de bedrijfsinvesteringen al tijden bijzonder bescheiden. Bedrijven voelen aan dat er “iets niet klopt” in dit beleid van opkopen door de overheid en negatieve rente (rente is de prijs van geld en een vergoeding voor risico: is de optelsom van de prijs van geld en vergoeding voor risico’s soms nul ? Wie twee jaar geleden in de kroeg had verteld dat de rente negatief wordt, zou in dwangbuis en onder verdoving zijn afgevoerd naar een gesloten inrichting).
  • een hoofddoelstelling van centrale banken, het beheersen van inflatie (officiële doelstelling is een inflatie te bereiken en te handhaven van “tegen 2% per jaar”) is sinds 2008 volledig mislukt. Ondanks allerlei maatregelen is de inflatie tot dit jaar materieel onder dat niveau gebleven. 
  • een andere doelstelling: het aanjagen van de economie via het scheppen van een gunstig investeringsklimaat (lage rente) is ook mislukt: de bedrijven investeren al jaren structureel te weinig en de arbeidsproductiviteit (als aanjager van economische voorspoed) daalt in het westen al jaren.

Sinds 2007/2008 is helder dat de rol van toezichthouder op de banken heeft gefaald. De centrale banken hebben extreem risicovolle bankproducten door de vingers gezien, laten gebeuren dat banken “too big to fail” (weet u nog?) werden, en de kwetsbaarheid van banken in termen van “financiële buffers als solvaliteit en liquiditeit” is sinds de kredietcrisis weliswaar gereduceerd, maar:

  • de interdependenties tussen actoren in het financiële systeem zijn nog steeds aanwezig (“systeemrisico”);
  • de buffers van banken zijn in vergelijking met de normen die zij zelf stellen bij kredietverstrekking, armetierig
  • de schulden (de kredietcrisis werd ook “schuldencrisis” genoemd) zijn op krankzinnige wijze toegenomen. Er is toegestaan dat de schuldencrisis is “opgelost” door de schulden enorm te verhogen. Er is in feite niks “opgelost”. De problemen zijn gewoon vooruit geschoven in de hoop dat die worden opgelost in de loop der tijd via bijvoorbeeld economische groei en inflatie. Zoals Kees zou zeggen: “delay and pray, extend and pretend”. De structurele problemen zijn niet verkleind maar defacto vergroot. De financieringssituatie van Zuid-Europese landen is bij een normale rentevoet onhoudbaar.
  • de rentabiliteit van banken (draagt ook bij aan soliditeit van het financieel stelsel) is sterk uitgehold door het gevoerde rentebeleid en extreme compliance kosten (er is een stelsel van administratieve en juridische eisen opgesteld waardoor banken geconfronteerd worden met kosten die voor veel kredietverleningen de opbrengsten niet meer dekken. Als gevolg daarvan is bijvoorbeeld de ontwikkeling zichtbaar dat het midden- en kleinbedrijf steeds moeilijker bancair financierbaar is. Het midden- en kleinbedrijf wordt overigens “de motor” van de economie genoemd in termen van werkgelegenheid en gerealiseerde toegevoegde waarde.

Kijkend naar de doelstellingen van centrale banken kan veilig geconcludeerd worden dat die al jaren niet worden gehaald. Maar het gevoerde beleid heeft wel uitermate negatieve bijwerkingen. Beleidsevaluatie levert in feite geen plussen en alleen maar minnen.

Centrale banken falen als toezichthouder (in termen van Kees: “als het te gezellig wordt in de sportkantine moet de toezichthouder bereid zijn de laatste ronde te laten klinken en er niet nog een vaatje bij zetten) en het realiseren van hun monetaire doelstellingen. Daarbij initieert of versterkt men zware negatieve economische en maatschappelijke bijeffecten. Het is niet best allemaal. En wat doe je dan als instantie: het verruimen van je doelstellingen. Inmiddels acht de ECB zich er ook toe op aarde het klimaatbeleid vorm te geven. Dat is een puur politieke agenda. En dat is erg tekenend: centrale banken zijn niet meer onafhankelijk maar zwaar gepolitiseerd. Dat is ook zichtbaar in benoemingen van centrale bank bestuurders (bijvoorbeeld Christine Lagarde, overigens veroordeeld wegens fraude). De rol van centrale banken was ooit onafhankelijk (van politiek en bestuur) monetair beleid te voeren en toezicht te houden. En dat had een een erg goede reden: anders kan de overheid zonder enige tegenkracht schulden maken naar goeddunken.

close

Vind u een Moreel Kompas ook zo belangrijk? Meld u dan geheel vrijblijvend aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
Deel dit artikel: