Welvaart verlies door almaar uitdijende collectieve sector en collectieve lasten.

Zoals bekend uit ondermeer haar verkiezingsprogramma 2021 is zelfs de VVD voorstander van het verder versterken van de collectieve sector. Citaat Rutte:

“Met de volgende drie dingen gaan we na de crisis als het aan mij ligt in elk geval direct aan de slag:

  • Zorgen dat mensen werk hebben en dat onze economie weer gaat groeien.
  • De zorg versterken, ook om beter voorbereid te zijn op een volgende gezondheidscrisis.
  • Een sterke overheid, met een menselijk gezicht én de kracht om mensen te beschermen.”

Het is al bijzonder vast te stellen dat een partij die van oudsher stond voor vrijheid, ondernemerschap en een overheid die zich tot een aantal kerntaken beperkt, een dergelijke ommezwaai in haar denken heeft. Van oude waarden en de tijden die voorbij gaan, zullen we maar zeggen. In brede zin wordt in het politieke landschap momenteel een sterke overheid gezien als probaat middel tegen de vermeende negatieve gevolgen van de markteconomie. Hét medicijn tegen neoliberalisme.

Navolgend laten wij zien dat dit een heilloze en desastreuse weg is.Als wij naar de collectieve sector (het geheel van overheid en instellingen dat uit belastingopbrengsten wordt betaald) kijken, zien wij over de periode 2000-2020 het volgende beeld in termen van de ontwikkeling van het aantal banen naar sectoren (CBS):


Kijkend naar deze cijfers zien wij:

  • In totaliteit is het aantal banen in Nederland in 20 jaar tijd 19% gestegen naar 10,7 mln.; 
  • In die 20 jaar tijd is het aantal banen in de collectieve sector met maar liefst 40,4% gestegen (van 2,4 mln. naar 3,4 mln.). Anders gezegd: er zijn in totaliteit ca. 1 mln. banen in de non profit bijgekomen. Maar liefst 1 op de 3 banen (32%) in Nederland betreft een baan in de met belastinggeld gefinancierde collectieve sector;
  • In de cijfers over de profit sector zien we de afkalving en teloorgang van de industrie, landbouw en visserij gestalte krijgen. De financiële dienstverlening heeft te maken met kaalslag door met name automatisering (o.a. fintech) van bedrijfsprocessen;
  • Wat betreft de samenstelling van de economische infrastructuur naar hoofdsectoren (de bekende piramide) is een transitie gaande. Van een uitgebalanceerde economische structuur met een brede basis naar een diensten maatschappij met uitdijende quartaire sector:

    – Primaire sector: land- & tuinbouw, veeteelt en visserij
    – Secundaire sector: industrie, ambacht en mijnbouw
    – Tertiaire sector: handen en particuliere dienstverlening
    – Quartaire sector: overheid en non profit.


  • Landen met een overmatig sterke quartaire sector zijn centraal geleide economieën als Cuba.De agrarische sector, de industrie en mijnbouw (gaswinning) worden op basis van voortdurend aanscherpende wet- en regelgeving en kostenstijgingen het land uitgewerkt waardoor het toekomstige verdienmodel van Nederland verder wordt uitgehold.
  • Het aantal banen in de zorg is in het gepresenteerde tijdsinterval maar liefst met 53,3% toegenomen. Een op de 6,2 banen in Nederland is een baan in de zorgDe verwachting is dat dit de komende jaren doorstijgt naar 1 op de 4 banen in Nederland.
  • Meer collectieve banen leiden tot hogere collectieve lasten. Niet alleen de kosten van de medewerkers. Die medewerkers zijn bezig met zorg verlenen, onderwijs geven, beleidsuitvoering, toezicht, subsidies verstrekken, etc.. Het is evident dat de collectieve lasten gerelateerd aan de bbp blijven stijgen. De collectieve lasten als percentage van het bbp (CBS Statline):


  • In reële termen zijn de collectieve lasten met 11,4% gestegen tussen 2012 en 2021.
  • In economische termen genereert de private sector middels het realiseren van toegevoegde economische waarde, via belastingheffing, de middelen om de de collectieve sector te financieren. Steeds minder mensen en bedrijven moeten steeds meer opbrengen om de collectieve lasten te kunnen blijven betalen. Daardoor vindt per saldo uitholling van de toekomstige welvaart plaats. Het “verdienmodel” van Nederland verdampt. De primaire en secundaire sectoren hebben in aanzienlijke mate het land inmiddels verlaten. Overigens: een land waar de productie (maakindustrie, agro) niet meer zit, verlies uiteindelijk ook de innovatie in dat segment. .

Wordt vervolgd in: Cuba aan de Noordzee 2.

 

Deel dit artikel: