Selecteer een pagina

In onze eerdere blog: Cuba aan de Noordzee is een begin gemaakt, via een feuilleton, uit te leggen dat Nederland in hoge mate bezig is haar economische basis uit te hollen en er een “ambtenaren staat” van te maken. Inmiddels is 1 op de 3 banen in Nederland een baan in de collectieve sector. 1 op 3 banen wordt gefinancierd met belastinggeld. 1 op de 7 banen in Nederland is een baan in de zorg, waarbij verwacht wordt dat dit zal groeien naar 1:4. Onheilspellende cijfers.

Wie nog wel werkt in sectoren die economische waarde toevoegen en daarmee Nederland financieren wordt geconfronteerd met een aantal ontwikkelingen: 

  1. Hij kan harder werken (in economische termen een hogere arbeidsproductiviteit leveren)
  2. De overheid kan hem zwaarder fiscaal belasten 
  3. De overheid kan er voor zorgen dat er een stimulans is om de profitsector aan te jagen
  4. De overheid kan er voor zorgen dat werken loont
  5. Economische dynamiek.

Ad a: Arbeidsproductiviteit
De arbeidsproductiviteit (de jaarlijkse groei in de bruto toegevoegde waarde basisprijzen per gewerkt uur) in Nederland loopt helaas gestaag terug (CBS):

De stijgende collectieve lasten kunnen niet worden goedgemaakt door een verbeterde productiviteit. Die daalt juist, waardoor het verdienmodel om de collectieve laste te blijven betalen daalt. Overigens is het investeringsvolume bij bedrijven ondanks de historisch lage rentes al jaren fors onder het normaal te achten niveau. De investeringen bij bedrijven blijven structureel achter. De (bescheiden) economische groei van de afgelopen jaren kwam met name doordat er meer gewerkt is, niet omdat er productiever gewerkt is.

Ad b: Belastingdruk
Het zal tegen de geschetste achtergronden niet verbazen dat de overheid (onder een vermeend liberaal premier overigens) de belastingdruk de afgelopen jaren aanzienlijk is blijven ophogen teneinde de collectieve lasten te kunnen blijven financieren. Rupsje Nooit Genoeg toont het volgende effect:

Ad c: Stimulering van de profit sector
Door voortdurend stijgende regel– en belastingdruk is geen sprake van stimulering van bedrijvigheid, maar juist van afremming daarvan. Voorbeelden zijn er te over, van stikstof en PFAS regelgeving die hele sectoren lam legt, klimaat gerelateerde regelgeving (CO2 certificaten), bureaucratische rapportage voorschriften (compliance in de bankensector bijvoorbeeld), etc.. Ondernemers wordt het leven zuur gemaakt in plaats van dat ondernemerschap wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. Dus, degene die er voor zorgt dat een en ander betaalbaar blijft, wordt ook nog eens het leven zuur gemaakt. Met vaak onzinnige of onlogische regels.

Ad d: Werken loont
De belastingdruk heeft samen met de jaarlijkse inflatie het invloed op de ontwikkeling van het besteedbaar inkomen van de Nederlanders. Het besteedbaar inkomen is de afgelopen decennia gestegen (CBS):

Over de gepresenteerde periode is het besteedbaar inkomen is 60% gestegen.
Dit is als volgt over de jaren verdeeld (jaar op jaar):

De gemiddelde stijging over de getoonde jaren bedraagt 1,56%. Mooi zou je zeggen.

Over de periode 1996 – 2019 (pre-corona) was de gemiddelde koopkrachtstijging 1,76%, de gemiddelde stijging van het BBP bedroeg in die periode 2,03%. Kennelijk is de economische groei gedeeltelijk (weer) niet ten goede gekomen van de besteedbare inkomens.

De periodieke beloningsmonitor van Careerwise laat zien dat momenteel een werknemer in de profit sector gemiddeld €51.500 op jaarbasis verdiend. Een werknemer in de non-profitsector gemiddeld €47.300. Er is echter een meerjarige trend zichtbaar waarbij de kloof tussen beide kleiner wordt. 

Ad e: Economische dynamiek
De basis van bedrijven in Nederland zal naar verwachting verder versmallen doordat het aantal faillissementen de afgelopen jaren (door overheidssteun ter compensatie van de overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van het corona virus en het gevoerde beleid van de centrale banken sinds ca. 2008 met een abnormaal laag renteniveau) abnormaal laag is geweest. Hierop is een aanzienlijke correctie te verwachten die zal leiden tot afname van het aantal banen in de profit sector, waarbij het de vraag is of het aantal banen in de collectieve sector navenant zal afnemen. Er zullen stemmen opkomen die zeggen: er is nu een slechte tijd, laten we de mensen aan het werk houden in de collectieve sector….

Faillissementen en opheffingen als percentage van het aantal bedrijven (12-maands gemiddelde) (CBS):

Het bedrijfsleven schreeuwt momenteel (2021) om werknemers. Deze werken echter in hoge mate in onderwijs, zorg, gemeenten, etc.. Banen die nuttig kunnen zijn, maar vanuit economisch perspectief welvaart kosten in plaats van opleveren. De almaar groeiende collectieve sector kost dus niet alleen steeds meer geld, maar remt de ontwikkeling van het bedrijfsleven en daarmee van de verdienpotentie van ons land. Daarnaast is de transitie in gang van “maken” naar “diensten” waarbij veel diensten in feite zinvolle, doch laagwaardige (in termen van economische toegevoegde waarde) activiteiten betreft als pakketbezorging, horeca, leasure, etc.. De landen rond de middellandse zee (in bepaalde kringen “de knoflooklanden” genoemd) hebben met hun afhankelijkheid van de toeristische sector een dergelijke ontwikkeling eerder meegemaakt.

Wordt wederom vervolgd.
Dan over de bedroevende kwaliteit van hetgeen die collectieve sector levert.

close

Vind u een Moreel Kompas ook zo belangrijk? Meld u dan geheel vrijblijvend aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
Deel dit artikel: