Naast de lobbycratie in Nederland en het niet ratificeren van artikel 12 van het verdrag van Lissabon (zie Deel I in dit feuilleton), is sprake van allerlei andere vormen van belangenverstrengeling, ondoorzichtigheid en schimmigheid. In deel 2 stonden centraal: rechters die zich niet aan de wet houden, innige banden tussen rechterlijke macht en advocatuur en mogelijke kongsi’s. In deel 3 wordt ingegaan op bijzondere regelingen voor ons koningshuis en historische corruptie binnen de koninklijke familie.

Gebrekkige transparantie
De financiën van het Koninklijk huis zijn niet openbaar. De documenten uit het Koninklijk archief zijn niet openbaar toegankelijk. Rondom de financiën van de Oranjes hangt veel schimmigheid. Schimmigheid die niet past bij een transparante overheid. Leden van het Koninklijk huis hebben wel recht op ruim 6 miljoen euro als vergoeding voor ‘materiële en personele kosten’, maar waaraan dat besteed wordt is schimmig. Betreffende bedragen gaan in ieder geval niet naar chauffeurs, koetsiers, onderhoudspersoneel, monteurs, het onderhoud van de paleizen, de beveiliging, de voorlichting van de RVD, het faunabeheer, de vliegreizen of de administratie. Die worden namelijk rechtstreeks betaald uit de rijksbegroting.


Lockheed affaire
Lockheed benaderde al in 1959 prins Bernhard om te lobbyen voor het F-104 gevechtsvliegtuig. Dit gebeurde met behulp van goede vriend Fred Meuser die in 1954 bij Lockheed in dienst was getreden op voorspraak van de prins. De twee kenden elkaar nog uit de oorlog waar beiden in het zelfde RAF-squadron vlogen. Volgens Anthony Simpson, auteur van The Arms Bazaar, zou Nederland in 1959 de F-104 aangeschaft hebben dankzij hulp van Bernhard. Niet geheel toevallig zou Lockheed na de verkoop overwegen een JetStar-vliegtuig cadeau te doen aan prins Bernhard. Toen deze plannen boven tafel kwamen, ontkende Lockheed in alle toonaarden dat het zou gaan om een betaling voor geleverde diensten. In plaats daarvan werd gesteld dat het een gift was die bij zou dragen aan een gunstig klimaat voor de verkoop van Lockheed-producten in Nederland, zo schrijft William Hartung, auteur van Prophets of War. Bron: Transparency International.

Video:


Speciale regelingen
Als enige familie in Nederland krijgen de Oranjes een exclusieve behandeling in de Grondwet, hoewel de eerste regel van onze constitutie dat verbiedt: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

De toevoeging ‘gelijke gevallen’ staat er niet voor niets, want de koning is vergeleken met de overige Nederlanders een geval apart en evident meer gelijk dan ieder ander. Het woordje ‘geboorte’ lijkt zorgvuldig te zijn vermeden als grond voor discriminatie en de term ‘onder welke grond dan ook’ slaat kennelijk niet op vorstelijke geboortes.

De leden van het Koninklijk Huis zijn belastingplichtig. Alleen de uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis hebben volgens artikel 40 van de Grondwet “fiscale vrijstellingen voor de uitkeringen en voor delen van het vermogen die van belang zijn voor de uitvoering van het Koningschap”.

De Wet op het Kroondomein is een mooi voorbeeld dat de Oranjes wel de lusten maar niet de lasten willen. Koningin Wilhelmina was bang dat haar kroondomeinen na haar dood zouden worden verdeeld. Dat had tot versnippering geleid, wat ze als natuurliefhebster ongewenst vond. Ze besloot haar bezit aan de staat te ‘schenken’. Het exploitatierecht bleef echter, net als vroeger bij het oorspronkelijke domein het geval was, gewoon bij haar en haar erven. De schenking omvatte een complex landerijen van meer dan 6730 hectare met ongeveer 75 boerderijen, woningen en andere gebouwen. De regering aanvaardde het geschenk in ‘eerbiedige dankbaarheid’ hoewel ze fors in de buidel moest tasten. De Juliana had namelijk zo haar voorwaarden gesteld. Zij (en haar erfgenamen) mochten over alle inkomsten van het domein blijven beschikken, inclusief het genot van de jacht. De staat nam de onderhoudskosten voor zijn rekening. Bovendien heeft hij zich verplicht om – mocht de republiek uitbreken – het hele bezit aan Wilhelmina’s erfgenamen terug te geven. Is dat om de een of andere reden niet mogelijk, dan vergoedt de staat de waarde van de kroondomeinen, vermeerderd met de wettelijke rente. Dat alles staat zwart op wit in de Wet op het Kroondomein. Voor de koninklijke familie was er dus niet bar veel veranderd, behalve dan dat ze de onderhoudskosten had afgewenteld op de belastingbetaler. Wel de lusten maar liever niet de lasten. 

Video:


Moreel Kompas is geen republikeins genootschap. De monarchie kan uitstekend functioneren in ons staatsbestel. Wel zijn wij van mening dat dat alleen kan in volstrekte transparantie. Daar waar schimmigheid optreedt, kan een voedingsbodem ontstaan voor speculatie en de schijn tegen. En afnemend draagvlak.

Het Genootschap huldigt het principe:
“Het is de plicht van de overheid en overheidsinstituties om volstrekt transparant verantwoording af te leggen en het is de plicht van de burger daarop doorlopend toe te zien. Wie de wet verzet al naar het uitkomt, baant de weg voor het recht van de sterkste”.

Deel dit artikel: