Corona Humor

Corona Humor

Het zijn ellendige tijden vol onbegrijpelijk en hap-snap overheidsbeleid, bangmakerij, onvoldoende sturen op cijfers en negeren van wetenschappelijke inzichten. Kortom: af en toe wat geestigheid en luchtigheid houden ons overeind. Uiteraard met een serieuze en analytische ondertoon. Zoals u van het Genootschap gewend bent.

Citaten

Twitter: De corona vaccins blijken seizoengevoelig… in de zomer werken ze als een tierelier…
Twitter: Hoernalist


Graphics

Bron.

Demonstratie in Amsterdam tegen de steeds aanscherpende regels.

Gelukkig geen corona.

Kijk ook eens in onze categorie Satire.

Indien u een leuke bijdrage heeft aan deze verzameling, stuur deze gerust in naar Redactie.

Commissie adviseert: probeer eens een overheid op “no cure, no pay” basis

Commissie adviseert: probeer eens een overheid op “no cure, no pay” basis

Het Genootschap wordt bestookt met vragen uit haar community (zegge: “kuh·myoo·nuh·tee”).
Er is sprake van hitsige tijden. Niet alleen in de Tweede Kamer der Staten-Generaal maar in de gehele samenleving is sprake van vormen van radicalisering. Mensen zijn boos. Teleurgesteld in de overheid. Teleurgesteld in het faliekant mislukte corona beleid. Teleurgesteld over de in zichzelf gekeerde overheid die weigert transparant verantwoording af te leggen. Boosheid over het dedain van de overheid in zaken als WOB en toeslagen affaire.

Het Genootschap heeft om efficiency redenen 741 binnengekomen berichten geclusterd. Deze hebben allen een soortgelijke strekking. De onderliggende vraagstelling luidt: hoe kan er een doorbraak worden bereikt waarbij enerzijds de performance (in termen van output en outcome) en anderzijds de cultuur van de overheid en overheidsinstellingen, structureel worden verbeterd. 

In de commissie “Overheid, begin er niet aan” zijn middels een aantal rondetafelgesprekken probleemstelling en de noodzakelijke maatregelen geanalyseerd. Deze zijn op basis van de flip-over presentaties per tafel als volgt:

Probleem

  • de overheid is niet transparant (deelrapportage)
  • het gevoerde corona beleid is een totale mislukking (deelrapportage)
  • het gevoerde coronabeleid is onmenselijk en onethisch (deelrapportage)
  • de overheid blijft maar groeien (deelrapportage)
  • de overheid is deel van de voortschrijdende verambtelijking van Nederland (deelrapportage)
  • de overheid kent geen budget discipline (deelrapportage)
  • de overheid voert een krankzinnig klimaatbeleid (deelrapportage)
  • de overheid staat toe dat in Nederland sprake is van diverse vormen van corruptie (deelrapportage)
    De corruptietafel heeft mogelijk meer consumpties genuttigd dan afgerekend. De Rekenkamer van het Genootschap onderzoekt deze zaak.
  • de overheid grijpt niet in bij decadente trends als knurftenwokelemmingen en wappies
  • de overheid neemt geen afstand van The Great Reset (deelrapportage)
  • de overheid levert een voedingsbodem voor tweespalt en radicalisering (deelrapportage).

De commissie is van oordeel dat het zo niet langer kan. Het roer moet om. Het denken moet om. De relatie tussen burger en overheid moet om. En komt tot de volgende aanbevelingen:

Oplossing

Regel 1: loon naar werken. 
De overheid wordt aangesteld op “no cure, no pay” basis. Geen resultaten, geen geld.

Regel 2: wie er een rotzooi van maakt en de samenleving schade berokkent, zit op de blaren.
Ambtenaren zijn hoofdelijk aansprakelijk voor hun doen en laten voor de samenleving.

De commissie wordt bedankt door de Pr(a)eses en ontbonden.

We kunnen aan het bier.

De LEMMING: tegenhanger van de WAPPIE

De LEMMING: tegenhanger van de WAPPIE

Het Genootschap schreef eerder over het fenomeen Wappie: Hoe Wappie een geuzennaam werd. Wappies zijn de andersdenkenden, de luizen in de pels van de overheid, de querulanten en originele denkers.
Wie kent ze niet? Iedereen kent er wel een aantal. Wappies zijn in de minderheid. Wappie zijn is vermoeiend. Wappies verdiepen zich in zaken, lezen zich in in actuele kwesties. Wappies vormen zich een mening over de dingen. Wappies kunnen genuanceerd zijn. Wappies weten waar ze het over hebben.

Wie is de natuurlijke tegenhanger van de wappie? Wie vindt het makkelijker om kritiekloos de krant te lezen en die mening te volgen? Wie is het die de door de overheid gefinancierde staatsomroep NPO (“wiens brood men eet, diens woord men spreekt”) bij voorkeur volgt zonder kritische vragen te stellen? Wie heeft een voorkeur voor kleurloos grijs en deel van de massa? Wie heeft kennelijk niet het vermogen om “media wijs” te zijn en zich om zaken te bekommeren? Wie heeft er moeite mee de overheid voortdurend langs een moreel kompas te leggen en zich af te vragen: is dit nog wel menselijk? Is dit nog wel ethisch? Is dit nog wel fatsoenlijk? En daar iets van te vinden en voor die mening te staan? Wie zijn dit?

Het Genootschap zocht het uit.

Ofschoon in de Mainstream Media (zie ook onze populaire: Mainstream Media Opzegservice) wel eens het onderscheid wordt gemaakt tussen “wappies” en “normale mensen” is deze vergelijking volkomen onjuist.
Wappies worden constant weggezet als “dom”, “niet weldenkend”, “niet geïnformeerd”, “rechts radicaal”, “complot fetisjist”, etc. En erger nog: alcohol vrij bier drinkend.

De werkgroep “Doe eens normal man” onder leiding van Prof. Dr. Akkermans is op zoek gegaan naar de correcte tegenpool van de wappie. Vele alternatieven zijn onderzocht, waaronder het schaap. Het schaap valt echter af omdat, zoals Akkermans het verwoordt: “schapen zijn wel dom en volgzaam, maar hebben een ethisch kompas en een hekel aan zelfdestructie“.

De tegenhanger van de WAPPIE blijkt: de LEMMING!

Akkermans: de lemming staat erom bekend dat de grootte van de populatie in verschillende jaren sterk kan fluctueren. De populatie van predatoren die vooral van lemmingen leeft wisselt dan weer met de lemming-bevolkingsdichtheid: in een “goed lemmingjaar” krijgen ze veel kroost, het jaar daarop zijn er veel roofdieren en weinig lemmingen, zodat er minder roofdieren komen en de lemmingen weer kunnen toenemen in aantal. Wanneer er (te) veel dieren zijn, zet een vaak (richting en beleid loze) massale migratie in. Eventueel met fatale afloop.

De lemming dankt zijn volgzame reputatie aan een Disney “Academy awarded” documentaire uit 1958:


Ofschoon de volgzaamheid door Disney in scene is gezet, is daardoor de reputatie van de lemming wereldwijd gevestigd. Volgzaam tot aan de dood. De sage heeft ook doorgewerkt in het dagelijks spraakgebruik.

Het scheldwoord ‘lemming’ slaat op iemand die zonder nadenken met de groep meeloopt, wat de gevolgen ook mogen zijn. De populaire Lemmings-computerspellen zijn gebaseerd op dit gedrag: men moet lemmingen redden die anders hun ondergang tegemoet gaan.

Taalkundig: enkelvoud = lemming, meervoud = lemmingen, soortgroep = lemmini.

Lemmingen zijn geen kritische denkers. Lemmingen (eigenlijk ook alle lemmini) zijn volgers.
Volgens Akkermans: “Grijze muizen in een leger van kanslozen“.


Akkermans wordt nadrukkelijk genoemd voor een positie in het volgende kabinet.

Eet Hugo wel voldoende zeewier?

Eet Hugo wel voldoende zeewier?

Het Genootschap ontving per email het verzoek de geestelijke gesteldheid van demissionair minister Hugo de Jonge te onderzoeken. Aanleiding was dat de Jonge een week voor de persconferentie ongevaccineerden aanduidde als mensen die hun maatschappelijke verantwoording niet namen en de oorzaak waren van de volstromende ziekenhuizen, om op de persconferentie van 12 november 2021 te melden dat ongevaccineerden beschermd moesten worden en derhalve een 2G beleid zou worden ingevoerd. Van dader naar slachtoffer binnen een week tijd. Vragensteller vroeg zich af wat de zienswijze van de psychiatrie hieromtrent was.

De Pr(a)eses (het lopende verhitte debat over de juiste schrijfwijze is nog niet beslecht) van het Genootschap vroeg met verschrompelde tronie welk lid bereid was deze netelige kwestie te onderzoeken. De psychiatrische duiding van een minister is een gevoelige zaak. De psychiatrische duiding van een reeds heengezonden demissionair minister die weigert heen te gaan en een nog niet eerder vertoond wanbeleid heeft gevoerd en daarbij tweespalt zaaiend, de wet overtredend (WOB) en aantoonbaar week in week uit flauwekul verkondigt, ligt extra lastig. Te meer hij deel uitmaakt van een partij die is gedecimeerd tot vrijwel nihil als gevolg van het volledig missen van de aansluiting met de maatschappelijke realiteit.

Het is even stil in de sociëteit. De priemende ogen van de voorzitter dwingen tot een reactie. Drs. Bert Bakker steekt schoorvoetend een vinger in de lucht om aan de pijnlijke stilte een einde te maken. 
Je kunt een speld horen vallen. Er heerst opluchting. Bert gaat het doen.

Bert is econoom (“zet twee economen op een rij en je hebt 3 meningen”) maar heeft ze verder op een rij. In zijn concept rapportage geeft hij aan dat gebruik gemaakt is van het internationaal binnen de geestelijke gezondheidszorg toegepaste diagnostische classificatiesysteem DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental disorders). Dit systeem wordt regelmatig geactualiseerd en wordt door Bakker derhalve gezien als een valide basis voor het uitvoeren van zijn onderzoek. Waarvan akte.

In zijn rapportage legt hij uit hoe de diagnostiek op basis van DSM is verlopen en tot welke gevolgtrekkingen dat heeft geleid. De analyse is voorgelegd aan een groep emeritus hoogleraren waaronder de vermaarde Prof. Dr. Ewald Waldorf (Harvard University) en Prof. Dr. Ir. Statler (Stanford University). De resultaten zijn daarmee te beschouwen als in beton gegoten.

Wij zullen u de details en cijfermatige analyses besparen, deze zijn via de Redactie opvraagbaar. Het onderzoeksrapport concludeert op basis van DSM dat de meest voor de hand liggende diagnose luidt: BIPO. 
BIPO is overigens niet te verwarren met PIPO, de guitige clown met opvallend schoeisel. Een demissionair minister uitmaken voor PIPO acht het Genootschap “not done”.

Akkermans van dit Genootschap merkt op dat deze bevinding “erg onwaarschijnlijk” is daar hij meer zou hebben verwacht dat de diagnose “acute krankzinnigheid” zou luiden. Maar Akkermans heeft er geen verstand van want krankzinnigheid is verouderde terminologie en verzamelnaam voor een heel spectrum aan psychiatrische aandoeningen. Goed dat Bakker het bestudeerd heeft en niet Akkermans.

Een BIPO getuigt van wisselende stemmingen. Van “Himmelhoch jauchzend”, tot “zum Tode betrübt”. Goethe wist er conform zijn tienregelig gedicht uit 1788 al van. Voor de jongere lezer: 1788 is van voor de uitvinding van Facebook.

Conform de website van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP) is een en ander te duiden als volgt.

Wat zijn de verschijnselen van een manie?

  • U voelt zich heel erg uitgelaten en opgewekt; uw stemming is te goed. Als u het gevoel heeft dat u wordt tegengewerkt, kunt u snel geprikkeld raken.
  • U voelt zich vol levenslust en kracht, u bent overactief en heel erg druk. Het voelt alsof u de hele wereld aankunt. Dit kan leiden tot gevaarlijk gedrag, bijvoorbeeld doordat u veel meer geld gaat uitgeven dan u zich kunt veroorloven. Die overactiviteit kan ook nare gevolgen hebben voor uw omgeving.
  • U voelt zich lichamelijk gezien geweldig. U heeft weinig behoefte aan slaap. De eetlust is prima, al voelt het alsof u vaak geen tijd heeft om te eten. Mensen met een manie hebben veel meer zin in seks, en gaan daardoor vaak over de eigen grenzen heen gaan.
  • U voelt zich zekerder dan normaal, en daardoor doet u dingen die u normaal niet zou durven. U doet dingen zonder er eerst over na te denken, en gaat op zoek naar nieuwe ervaringen en nieuwe mensen. Maar mogelijk raakt u de realiteit daarbij uit het oog. Daardoor hoort u misschien niet dat andere mensen u proberen te corrigeren in uw gedrag.
  • U kan last krijgen van grootheidswaanzin en paranoïde wanen. Bij een grootheidswaan ziet iemand zichzelf als belangrijker of machtiger dan zijn omgeving. Of hij denkt dat hij heel bijzondere talenten heeft. Bij een paranoïde waan denkt iemand dat hij achtervolgd wordt.

Wat zijn de verschijnselen van een depressie?

  • U voelt zich somber, hopeloos, mat. Het leven voelt leeg. U vindt dingen minder interessant of het lukt u niet (of minder makkelijk) om plezier te maken
  • U voelt zich angstig, schuldig of achterdochtig.
  • U voelt zich elke dag moe en heeft weinig energie. Uw slaappatroon verandert, of u heeft problemen met slapen. U voelt zich rusteloos (of anderen zien aan u dat u rusteloos bent), of juist heel traag in uw beweging
  • U heeft minder zin in eten, uw eetpatroon verandert en u valt af. Seksuele gevoelens worden minder of zelfs helemaal verdwenen zijn. Op de wc gaat het moeilijk.
  • U heeft moeite om zich te concentreren, u merkt dat het denken langzamer gaat. Het nemen van besluiten wordt steeds moeilijker.
  • Als u in de spiegel kijkt, ziet u weinig emoties in uw gezicht
  • U denkt er wel eens aan dat u het leven zinloos vindt, u denkt wel eens aan de dood en of u uw leven zou willen beëindigen.

Als belangrijk element van behandeling wordt volgens het NVVP lithium aanbevolen.

Een belangrijk medicijn bij de behandeling is lithium. U krijgt lithium vooral om te voorkomen dat u nieuwe stemmingsschommelingen krijgt nadat u bent hersteld van de manie of de depressie. Lithium werkt pas als precies de goede hoeveelheid van het middel in uw bloed voorkomt. Het bepalen hoeveel lithium u moet krijgen, heet het ‘instellen’. Dit moet heel nauwkeurig gebeuren. Omdat de dosering van lithium aan nauwe grenzen is gebonden, is het belangrijk dat zowel het instellen op lithium als de verdere controle zorgvuldig medisch wordt begeleid. Daarom wordt u bloed regelmatig gecontroleerd. Soms duurt het een tijd voor het middel begint te werken. De meest voorkomende bijwerkingen van lithium zijn veel dorst hebben, veel plassen, zwaarder worden, een opgeblazen gevoel in de maag hebben en trillen. We adviseren u om niet zelf te besluiten om te stoppen met lithium of meer of minder ervan te gaan gebruiken. Doe dit alleen nadat u dit heeft besproken met uw behandelend psychiater.

Conform de rapportage van Bakker: “Lithium is een sporenelement dat in het hele lichaam een belangrijke rol speelt. Het komt voor in vrijwel alle organen en weefsels. Inclusief de hersenen. Het speelt een rol bij de serotonine transmissie in het zenuwstelsel. Lithium zit met name veel in aardappelen, asperges, bosbessen, doperwten, eidooier, haver, kamut, kikkererwten, kokos, linzen, mandarijn, rietsuiker, selderijknol, sesamzaad, tomaten, uien, wortelen en zeewier. Een ADH (Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid) geeft voedingscentrum.nl voor lithium niet.”

Een lid van het Genootschap biedt zich, geïnspireerd door de verschijnselen van depressie, aan vervolgonderzoek te willen doen naar de ontwikkeling van de seksuele gevoelens en optredende obstipatie van de demissionair minister, maar dit oneerbare voorstel wordt ter vergadering verworpen.

De voorzitter sluit de vergadering.

Kijk ook: Coronabeleid

Ambtelijke afpoeier nota

Ambtelijke afpoeier nota

Reeds eerder heeft het Genootschap geanalyseerd waarom ambtelijke organisaties altijd groeien, waarom zij tenderen zich buiten de maatschappij te plaatsen en altijd meer geld vragen. Daarnaast is uitgelegd tot welke proporties zich de ambtenarij in Nederland heeft ontwikkeld in Cuba aan de Noordzee.

Een senior lid van dit Genootschap heeft recent bekend na zijn academische studie bedrijfseconomie een faux pas te hebben gemaakt door zijn carrière te starten bij een niet nader te noemen ambtelijke organisatie. Ofschoon dit een weloverwogen carrière keuze was (de werkgever hield kantoor op loopafstand van zijn bed) kijkt hij thans met enige gêne terug op die tijd. Hij had destijds ook uitnodigingen op zak voor een internationale werkkring bij Philips, IBM en ABN Amro. Zijn aangeboren luiheid dreef hem echter in de tentakels der ambtenarij. De 2 jaar die volgden hebben zijn wereldbeeld danig gekleurd. Of beter: de man is voor zijn leven getekend.

Zijn dolkomische buitelingen in het ambtelijk ecosysteem zullen de komende tijd met smakelijke anekdotes bij Moreel Kompas worden gepubliceerd. In die twee jaar was er in elk geval aan één ding geen gebrek. Tijd. Veel tijd om met zaken bezig te zijn die in elk geval niets met het werk van doen hadden.

Als jonge academicus wist hij zich voortvarend in het 9 tot 5 ecosysteem in te passen. Hij begreep al snel dat verveling weliswaar in eerste termijn een bedrukkend effect op de geest heeft, maar intuïtief leidde dat tot gedrag waarbij voor de buitenwereld (collega’s) niet mocht blijken dat hij zich verveelde. Hij ging zich “drukker” voordoen dan hij het feitelijk had. Een afspraak maken kon pas over 3 weken want dan “had hij nog een gaatje”. Zijn manager werd bestookt met “vernieuwende ideeën” die verdere uitwerking vergden, hij ging dingen naar zich toe trekken. Hij werd deel van het systeem. Of beter: hij ging het systeem begrijpen en lanceerde initiatieven tot verfijning. Bij gebrek aan werk werd werk gecreëerd. Het beetje feitelijk werk werd daarbij als lastig ervaren of werd hem soms te veel. Er moesten efficiency maatregelen komen om dat te managen.

Een belangrijk principe in ambtelijke organisaties is de verdediging van de eigen positie. Men maakt zich bijvoorbeeld belangrijker dan men is door stukken te schrijven. Notities, rapporten en nota’s. Wie schrijft die mag blijven. Schrijven is, naast overleggen, dan ook een kernactiviteit van de ambtenaar.

Omdat elke ambtenaar dit principe begrijpt worden ambtelijke organisaties bedolven onder een stroom papier. In geval u de opstart van een papier vernietigingsbedrijf overweegt: richt u op ambtelijke organisaties. Notities, rapporten en nota’s schrijven is van levensbelang maar heeft als nadeel dat men onvermijdelijk geconfronteerd wordt met de schrijfsels van collega’s. De schijn van de eigen onmisbaarheid en belangrijkheid kan immers alleen worden opgehouden door collega’s in kennis te stellen van de zelf geproduceerde stukken. Zo zien collega’s dat helaas ook. Ambtenaren creëren zo veel nota’s, dat ze elkaar daarmee permanent bezighouden. Een inkomend stuk gaat van het ene bureau naar het andere. De ene ambtenaar maakt een concept-plan dat door een collega gelezen en waar nodig gecorrigeerd wordt. Om het uiteindelijk onder toetsing door een veelheid van andere collega’s disciplines bij een derde op het bureau te doen belanden ter bespreking, vaststelling, inpassing, uitvoering, monitoring, aanscherping, etc..

Ons lid, kennelijk ook destijds al een handige en non-conformistische jongen, heeft daarop een standaard formulier ontwikkeld om de stroom inkomende nota’s te managen. Om de schijn op te houden dat hij zich met gepaste interesse en zorg met de inhoud van betreffende nota had bezig gehouden en in het besef dat allerlei andere collega’s het wel zouden lezen en afhandelen, werd het volgende reactieformulier geïntroduceerd:

De afzender werd met gepuzzelde blik bedolven onder “meerwerk” door aankruisen van de meest krankzinnige vragen en had het gevoel gefaald te hebben omdat er zaken over het hoofd waren gezien.
Paulus was er via deze gestandaardiseerde reacties niet alleen vanaf en kon zich bezig houden met plezieriger zaken, collega’s begrepen dat zij met een serieuze vent te maken hadden die hun ambtelijke loopbaan kon maken of breken.

Hij wist zich met deze handelwijze niet alleen goed staande te houden, hij begon carrière te maken.
Maar daarover later meer.

De woekering en performance van het ambtenaren apparaat verklaard

De woekering en performance van het ambtenaren apparaat verklaard

De woekering en performance van het ambtenaren apparaat verklaard.

In Cuba aan de Noordzee is de verontrustende groei van de collectieve sector en de collectieve lasten toegelicht. Het Genootschap is vervolgens in werkgroep verband onder voorzitterschap van Drs. Bert Bakker op zoek gegaan naar de achterliggende verklaringen voor:

  • de gestage groei van de collectieve sector
  • de gestage groei van collectieve lasten en mislukte overheidsprojecten
  • de incompetentie en zelfingenomenheid van ambtelijke organisaties.

DE AUTONOME GROEI VAN HET AANTAL AMBTENAREN

De wet van Parkinson

De Engelse econoom Cyrill Northcote Parkinson (1909 – 1993) heeft onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van ambtelijke organisaties. Hij heeft bijvoorbeeld de statistieken van de Admiraliteit voor 1914 en 1928 onderzocht. Terwijl het aantal oorlogsschepen in 14 jaar daalde met maar liefst -67,7%, steeg het aantal ingezette werfarbeiders (+9,5%), werfmanagement & -ondersteuning (+40,3%) en ambtenaren op het betreffende ministerie (+78,5%).

Per saldo bleek een gemiddelde stijging van het aantal ambtenaren met 5,6 procent per jaar.

Vervolgens werd onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het aantal ambtenaren bij het Ministerie van Koloniën in Engeland over het tijdvak 1935-1954. Ook hier bleek het aantal ambtenaren structureel te zijn gegroeid, terwijl het aantal koloniën juist sterk was afgenomen. Een aantal landen hebben de Britten er uit gegooid. Parkinson constateerde dat het aantal ambtenaren gemiddeld met 5,89 procent per jaar steeg. Een percentage dat vergelijkbaar is met het percentage dat werd vastgesteld bij de Admiraliteit tussen 1914 en 1928. Was hier sprake van een wetmatigheid? Minder werk maar toch meer ambtenaren?

Na nog meer onderzoek rekende Parkinson uit dat het aantal mensen in een bureaucratie, ongeacht het werkaanbod, met 5,17 – 6,56% per jaar toeneemt.

Het mechanisme daarachter noemde hij onbescheiden: de Wet van Parkinson (1957): 

“Arbeid dijt uit naarmate er meer tijd beschikbaar is voor zijn voltooiing” 

De mate waarin een taak verricht moet worden en in belangrijkheid en ingewikkeldheid uitdijt, is recht evenredig met het beschikbare tijdsbestek om die taak uit te voeren. Onder tijd wordt hier verstaan zowel de feitelijk benodigde capaciteit in manuren als ook de doorlooptijd. 

Een toenemend aantal ambtenaren wijst dus niet op een groeiende hoeveelheid werk. De stijging van het aantal ambtenaren wordt geheel en al bepaald door de Wet van Parkinson en is afhankelijk van twee factoren:

  • een ambtenaar wil meer ondergeschikten (en geen concurrenten);
  • ambtenaren scheppen werk voor elkaar;

Het Genootschap voegt hier nog twee factoren aan toe:

  • als een taak wijzigt of verschuift, wordt een ambtenaar niet ontslagen (dat is zielig) maar wordt er vervangend werk voor hem gezocht;
  • ambtenaren leven niet onder de gesel van de markt, waarbij een teveel aan personeel kostprijs en rendement van een onderneming onder druk zet waardoor een bedrijf zich uit de markt prijst. Er is geen mechanisme dat een rem op de groei van het aantal ambtenaren zet.

Een casus ter verduidelijking
Stel u een ambtenaar voor: X. X meent dat hij overwerkt is. Er zijn dan een aantal mogelijkheden. Hij kan zich ziek melden, ontslag nemen, een andere baan zoeken, vragen zijn werk te mogen delen met een collega, er in berusten of hij kan zijn leiding verzoeken om twee ondergeschikten aan te stellen. Volgens Parkinson is er “in de geschiedenis geen enkel geval bekend” van een ambtenaar die een ander dan het laatste alternatief verkoos. Werk delen met een collega bijvoorbeeld is namelijk “niets anders doen dan een rivaal inschakelen” voor de functie direct boven die van X. Een andere baan zorgt voor pensioenbreuk, onzekerheid, etc. Ontslag nemen zonder alternatief durft niemand.

X raakt een gevoelige snaar bij zijn baas. De functie van zijn baas krijgt daarmee ook een opwaardering. Nu moeten de twee nieuwe ondergeschikten van X onafscheidelijk van elkaar zijn. Hun werk moet nauw met elkaar samenhangen, maar ze doen elk slechts een deel van wat X deed. Zo hebben ze minder status dan X en de twee ondergeschikten zijn elkaars concurrenten, die elkaar in toom houden uit angst dat de ander wordt gepromoveerd. Een uitstekende zet voor X, aangezien hij zijn positie moet beschermen! Bovendien heeft X kennis en kunde van de werkzaamheden van zijn beide ondergeschikten en ‘kennis is macht’. Op den duur zal ook één van zijn ondergeschikten klagen over de hoge werkdruk, en u raadt het al: er wordt geadviseerd tot aanstelling van twee nieuwe assistenten. De andere ondergeschikte blijft niet achter en wil zijn positie behouden en wil ook twee ondergeschikten (en daarmee funding voor een nieuwe caravan). Zeven ambtenaren doen dan het werk dat ooit één ambtenaar uitvoerde.

Vervolgens komt factor twee in beeld. Deze zeven ambtenaren creëren zo veel werk, dat ze elkaar druk bezighouden. Een inkomend stuk gaat van het ene bureau naar het andere bureau en een ander maakt een concept-plan dat weer door een ander gelezen en waar nodig gecorrigeerd wordt en vervolgens bij een derde op het bureau belandt ter accordering, enz. U begrijpt het al: ambtenaren houden elkaar van de straat. Werk schept werk.

In geval de wetgever of beleidsmakers taken van ambtenaren wijzigen of taken vervallen, wordt niemand ontslagen maar wordt er vervangend werk gezocht (factor 3). Dat wordt niet afgestraft want er is geen marktwerking: de belastingbetaler financiert dit “werk”. Het wordt betaald van de grote hoop aan belastinginkomsten (factor 4).

Zie hier de verklaring voor het feit dat het aantal ambtenaren autonoom groeit. Of er nu werk is of niet maakt niet uit. Een vorm van verborgen werkloosheid.

Zoals aangegeven becijferden wij in Cuba aan de Noordzee reeds dat in 20 jaar tijd het aantal banen in de collectieve sector met 40,4% is gestegen. Inmiddels is 1 op de 3 banen in Nederland een baan in de collectieve sector. Gemiddeld was dat een stijging van 2,02% per jaar. In een tijd dat kabinetten (Balkenende en Rutte I en II) actief doende waren de groei van de collectieve sector te beteugelen. Vandaar dat deze jaarlijkse groei aanzienlijk lager is dan de groei conform Parkinson. Desalniettemin was er 2% groei. Waarbij de groei in totale loonkosten overigens aanzienlijk hoger was dan de groei in banen in die periode van 20 jaar.

DE AUTONOME GROEI VAN DE COLLECTIEVE LASTEN
Parkinson ging door met zijn baanbrekende onderzoek naar ambtenaren. Zo ontdekte hij een belangrijke reden waarom het uitgeven van geld door de overheid nooit stopt. En grotere, complexe projecten meestal mislukken. En niet in control zijn c.q. altijd duurder uitvallen dan voorzien. En dat allemaal naast de groeiende loonkosten van de collectieve sector door de autonome groei van het aantal ambtenaren en voortdurende looneisen. 

Dit komt voort uit de trivialiteitswet van Parkinson (Parkinson’s law of triviality), later ook bekend als “the colour of the bike shed (de kleur van het fietsenschuurtje)”. 

De trivialiteitswet (1957) zegt: 

“De hoeveelheid tijd die in vergaderingen wordt besteed aan een onderwerp, is omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid geld en complexiteit die ermee gemoeid is”

Hijzelf gebruikte als voorbeeld het bouwen van een kerncentrale: dat is zo kostbaar en zo ingewikkeld dat de meeste mensen dit niet kunnen bevatten, dus ze nemen aan dat degenen die ermee bezig zijn het wèl kunnen overzien en “weten wat ze doen”. Aan de andere kant snapt iedereen het bouwen van een schuurtje of de aanschaf van een nieuwe koffie automaat, dus dat resulteert in eindeloze discussies. Iedereen wil er zijn persoonlijk tintje aan geven en laten weten dat hij er is. Het gevolg is dat er op vergaderingen veel meer tijd besteed wordt aan het schuurtje dan aan de kerncentrale.

Parkinson gaf wel aan dat er een grens is aan de trivialiteit: als het bedrag zeer gering is, zoals de prijs van een potlood, dan vindt men het de discussie niet waard en is de wet niet meer geldig.

De vierde wet van het Eucalyptisch Genootschap luidt als volgt:

“Niets is zo makkelijk als geld uitgeven van een ander”

Ambtenaren geven per definitie het geld uit van anderen waardoor een neiging tot spaarzaamheid ontbreekt.

INCOMPETENTIE IN AMBTELIJKE ORGANISATIES
Voortbordurend op het werk van Parkinson heeft Laurence J. Peter (1919 – 1990) onderzoek gedaan naar het functioneren van hiërarchische organisaties. Ambtelijke organisatie zijn sterk hiearchisch gestructureerd. Baas boven baas. Het “Peter Principle” is als volgt geformuleerd:

“In een hiërarchie klimt elke werknemer op tot zijn niveau van onbekwaamheid. (In het oorspronkelijke Engels: In a hierarchy every employee tends to rise to his level of incompetence.”)”

Het door Peter beschreven “mechanisme” werkt aldus dat een werknemer die in zijn eerste functie binnen de hiërarchie goed functioneert, in beginsel in aanmerking komt voor promotie naar een hogere functie. Indien hij in die volgende functie ook goed functioneert, staat de weg naar een volgende hogere functie, indien beschikbaar, weer open. Dat proces stopt pas wanneer de werknemer na zijn promotie niet meer zoals verwacht blijkt te functioneren. Terugplaatsing in zijn vorige functie is helaas niet mogelijk: zowel de werknemer als de organisatie zouden daarmee impliciet toegeven een beoordelingsfout gemaakt te hebben (Genootschap: “De wet ter voorkoming van blamages”). De werknemer blijft dus in zijn functie gehandhaafd ondanks dat hij niet voldoet in die functie. Peter geeft in zijn boek een groot aantal fictieve en hilarisch geformuleerde voorbeelden van deze situaties: meestal gaat het om leidinggevende taken die de werknemer niet blijkt aan te kunnen. De werknemer slaagt er in die voorbeelden niet in zich de benodigde kennis eigen te maken (of doet daar ook geen pogingen toe). Hij blijft ofwel zijn oude werk doen, zonder datgene te doen wat hij in zijn nieuwe baan eigenlijk zou moeten doen, ofwel ontwikkelt hij een aantal verdedigings- en verdringingsmechanismen om zijn slechte functioneren te maskeren. Hij gaat bijvoorbeeld onevenredig veel aandacht besteden aan zaken die voor een goede uitvoering van zijn werk volstrekt irrelevant zijn.

Peter stelt dat als dit proces maar lang genoeg doorgaat, elke werknemer uiteindelijk op de plek zit waarin hij niet functioneert. Indien alle werknemers in een hiërarchie dit niveau bereikt hebben, is de hoeveelheid verricht nuttig werk nul, aldus Peter.

Zelfcorrigerend vermogen heeft een dergelijke organisatie helaas niet.

Dat is ondermeer te wijten aan het “Dunning-Kruger Effect” en de “Self-serving bias”.


A. Dunning-Kruger Effect
Het Dunning-Krugereffect is een psychologisch verschijnsel. Het treedt op bij incompetente mensen die juist door hun incompetentie het metacognitieve vermogen ontberen om in te zien dat hun keuzes en conclusies veelal verkeerd zijn. Het verschijnsel is vernoemd naar David Dunning en Justin Kruger die het niet bedachten maar er wel onderzoek naar deden en erover publiceerden.

“Incompetente mensen overschatten nogal eens hun eigen kunnen en daardoor wanen ze zich bovengemiddeld competent.” 

Mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn, hebben daarentegen de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. Minder competente mensen slaan zodoende hun eigen capaciteiten hoger aan dan zij die veel competenter zijn. Dat kan een verklaring zijn voor het gebrek aan intellectueel zelfvertrouwen waar sommige competente mensen mee kampen: zij gaan ervan uit dat anderen net zo capabel zijn als zijzelf. Incompetente mensen vergissen zich dus doordat ze zichzelf te hoog inschatten, terwijl competente mensen zich vergissen doordat ze anderen te hoog inschatten.

Dunning heeft het effect wel vergeleken met anosognosie, een aandoening waarbij iemand met een lichamelijke handicap zich hiervan onbewust lijkt te zijn of zijn handicap ontkent, ook in het geval van zware handicaps zoals blindheid of verlamming.

B. Self-serving bias
Self-serving bias is een term uit de sociale psychologie die deel uitmaakt van de attributietheorie. Deze vorm van de attributiefout of bevooroordeling houdt in dat: 

Mensen schrijven succes toe aan interne factoren (interne attributie) zoals hun eigen capaciteiten of talenten, terwijl ze hun falen aan externe factoren toeschrijven (externe attributie) zoals de omstandigheden of fouten van anderen.”

Bij hulpverleners bijvoorbeeld komt het voor dat ze de genezing toeschrijven aan hun therapie, interventie of geneeskunde. Iedereen vindt zichzelf effectief en belangrijk hierin. Als het misgaat met een behandeling, wordt dit geweten aan omstandigheden die buiten de mogelijkheden van de behandelaar liggen. Ambtenaren maken geen fouten. Niet geslaagd beleid wordt veroorzaakt door “externe factoren”. Zoals de burger.

Ambtenaren hebben de neiging zichzelf belangrijk te vinden en doen bij moeilijke vragen graag de luiken dicht. Zie: De Corona Files. Een zichzelf instandhoudende gemeenschap. Zonder verdienmodel en zonder eigen inkomsten.