Pak de ministersziekte aan, dat verbetert de band met de burger

Pak de ministersziekte aan, dat verbetert de band met de burger

Bijdrage van René van Slooten, voormalig ambtenaar, onder meer speechschrijver voor diverse ministers.

Wij leven tegenwoordig in een tijd waarin het wantrouwen van de burger in de overheid een hoogtepunt heeft bereikt. De kloof tussen overheid en burger is groter dan ooit. Nog slechts 30% van de Nederlanders heeft vertrouwen in het gevoerde corona beleid. De prijs van warrig, inconsequent, ineffectief beleid vol gebroken beloftes. Waaronder de belofte dat “we met de vaccins het virus verslaan”. Intellectueel Nederland maar ook de gewone man vraagt zich af waarin we terecht gekomen zijn. Ondertussen weigert de overheid over diverse dossiers openheid van zaken (WOB) te verschaffen en overtreedt willens en wetens de wet. Het ministerie van VWS is inzake het gevoerde corona beleid inmiddels 3 maal door de rechter veroordeeld, maar het ministerie komt niet verder dan “zich te beraden over de uitspraak van de rechter”. De Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt regelmatig geschoffeerd door het (demissionaire) kabinet als het gaat om transparantie of het verstrekken van informatie. Effectieve controle op het gevoerde beleid en dualisme in de macht is verdwenen.

Op 19 mei 2021 heeft René een opiniestuk geschreven voor Trouw dat niets aan actualiteit heeft ingeboet. In tegendeel. Hij doet een aantal constructieve voorstellen ter verbetering van de situatie.

U kunt desgewenst reageren naar: Redactie.

FDA heeft 55 jaar nodig om openheid van zaken over toelating corona vaccins te verschaffen…

FDA heeft 55 jaar nodig om openheid van zaken over toelating corona vaccins te verschaffen…

U kent ons welluidende en welgemeende Genootschapscredo: 

Het is de plicht van overheid en overheidsinstituties om transparant verantwoording af te leggen en het is de plicht van de burger daarop toe te zien. Als de overheid alles over jou weet, is dat tirannie, als jij alles over de overheid weet, is dat democratie. Wie de wet verzet al naar het uitkomt, baant de weg voor het recht van de sterkste”.

Vandaar dat wij wederom aandacht vragen voor de ronduit deprimerende informatie positie van de burger jegens de overheid. 

Dit drama kent meerdere dimensies van schaamteloosheid:

  • Nederland is een buitengewoon slecht boekhouder. Registraties blijken onvolledig, onjuist, niet tijdig. Dat blijkt bijvoorbeeld voortdurend uit registraties van CBS en RIVM die vrijwel doorlopend “met terugwerkende kracht” in voorliggende periodes worden gecorrigeerd. Sommige zaken weigert men gewoon botweg te registreren. En dat in een crisis situatie waarbij sturen op cijfers key is. De registratie van de vaccinatiestatus van patiënten in ziekenhuizen is bijvoorbeeld een regelrechte ramp. In alle buitenlanden (ofschoon wij de exacte situatie in Andorra niet hebben onderzocht) is de registratie beter. Bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk. De cijfers van het ONS (Office of National Statistics) zijn zeer actueel en gedetailleerd. Bijvoorbeeld met betrekking tot de sterftecijfers naar oorzaken en de vaccinatiestatus.
  • Als er al iets, hoe krakkemikkig ook, geregistreerd is, wordt door overheid en instituties kennelijk het credo gehanteerd: “wat niet weet wat niet deert“. Zelfs nakoming van de Wet Openbaarheid Bestuur wordt met voeten getreden. Voor een ontluisterend beeld verwijzen wij naar artikel: De Corona Files.
  • De EU kan er ook wat van. Zij is stelselmatig bezig dossiers te vernietigen zodat lastige vragen op voorhand kunnen worden vermeden. U begrijpt het al: liever geen controle door de burger. U leest nadere informatie hieromtrent hier.
  • Het demissionaire kabinet schoffeert voortdurend de Tweede Kamer der Staten-Generaal door botweg slechts selectief informatie te verstrekken en vragen niet of onvolledige te beantwoorden waardoor de Kamer belet wordt haar controlerende taken uit te voeren. Dualisme c.q. balans in het landsbestuur is daarmee om zeep geholpen. En het gaat maar door.

Overheden en instituties vinden controle niet leuk. Het transparant afleggen van verantwoording is ver te zoeken. De overheid is een in zichzelf gekeerd verschijnsel geworden dat los staat van de maatschappelijke werkelijkheid.

Voorlopig dieptepunt is momenteel in de Verenigde Staten gaande. Wij hebben reeds eerder bericht over het feit dat de FDA (United States Food and Drug Administration) ruim voor de voorwaardelijke toelating van de corona vaccins op de hoogte was van de (deels zeer ernstige) bijwerkingen van die vaccins. Betreffend artikel treft u hier aan.

De FDA heeft inmiddels aangegeven 55 jaar (!!!!) nodig te hebben (2076) voor het volledig openleggen van de dossiers die ten grondslag liggen aan de voorwaardelijke toelating van de corona vaccins.

Men geeft als “zwaarwichtige reden” daartoe aan dat men in staat is slechts 500 pagina’s per maand vrij te geven. En dat voor een organisatie met 18.000 medewerkers die jaarlijks 6 miljard USD verspijkerd. Een toonbeeld van botte onwil. Onwil of vrees voor claims uiteraard. Vrees op basis van de oplopende bijwerkingen, gebleken veel lagere effectiviteit van de vaccins dan voorgespiegeld, vrees voor claims in het kader van de oplopende wereldwijde onverklaarbare oversterfte, etc.. 

Zie hier de documenten:

Een overheid die zich zo opstelt is volstrekt elke schaamte voorbij. En verliest terecht elke legitimiteit en draagvlak.

Commissie adviseert: probeer eens een overheid op “no cure, no pay” basis

Commissie adviseert: probeer eens een overheid op “no cure, no pay” basis

Het Genootschap wordt bestookt met vragen uit haar community (zegge: “kuh·myoo·nuh·tee”).
Er is sprake van hitsige tijden. Niet alleen in de Tweede Kamer der Staten-Generaal maar in de gehele samenleving is sprake van vormen van radicalisering. Mensen zijn boos. Teleurgesteld in de overheid. Teleurgesteld in het faliekant mislukte corona beleid. Teleurgesteld over de in zichzelf gekeerde overheid die weigert transparant verantwoording af te leggen. Boosheid over het dedain van de overheid in zaken als WOB en toeslagen affaire.

Het Genootschap heeft om efficiency redenen 741 binnengekomen berichten geclusterd. Deze hebben allen een soortgelijke strekking. De onderliggende vraagstelling luidt: hoe kan er een doorbraak worden bereikt waarbij enerzijds de performance (in termen van output en outcome) en anderzijds de cultuur van de overheid en overheidsinstellingen, structureel worden verbeterd. 

In de commissie “Overheid, begin er niet aan” zijn middels een aantal rondetafelgesprekken probleemstelling en de noodzakelijke maatregelen geanalyseerd. Deze zijn op basis van de flip-over presentaties per tafel als volgt:

Probleem

  • de overheid is niet transparant (deelrapportage)
  • het gevoerde corona beleid is een totale mislukking (deelrapportage)
  • het gevoerde coronabeleid is onmenselijk en onethisch (deelrapportage)
  • de overheid blijft maar groeien (deelrapportage)
  • de overheid is deel van de voortschrijdende verambtelijking van Nederland (deelrapportage)
  • de overheid kent geen budget discipline (deelrapportage)
  • de overheid voert een krankzinnig klimaatbeleid (deelrapportage)
  • de overheid staat toe dat in Nederland sprake is van diverse vormen van corruptie (deelrapportage)
    De corruptietafel heeft mogelijk meer consumpties genuttigd dan afgerekend. De Rekenkamer van het Genootschap onderzoekt deze zaak.
  • de overheid grijpt niet in bij decadente trends als knurftenwokelemmingen en wappies
  • de overheid neemt geen afstand van The Great Reset (deelrapportage)
  • de overheid levert een voedingsbodem voor tweespalt en radicalisering (deelrapportage).

De commissie is van oordeel dat het zo niet langer kan. Het roer moet om. Het denken moet om. De relatie tussen burger en overheid moet om. En komt tot de volgende aanbevelingen:

Oplossing

Regel 1: loon naar werken. 
De overheid wordt aangesteld op “no cure, no pay” basis. Geen resultaten, geen geld.

Regel 2: wie er een rotzooi van maakt en de samenleving schade berokkent, zit op de blaren.
Ambtenaren zijn hoofdelijk aansprakelijk voor hun doen en laten voor de samenleving.

De commissie wordt bedankt door de Pr(a)eses en ontbonden.

We kunnen aan het bier.

Ambtelijke afpoeier nota

Ambtelijke afpoeier nota

Reeds eerder heeft het Genootschap geanalyseerd waarom ambtelijke organisaties altijd groeien, waarom zij tenderen zich buiten de maatschappij te plaatsen en altijd meer geld vragen. Daarnaast is uitgelegd tot welke proporties zich de ambtenarij in Nederland heeft ontwikkeld in Cuba aan de Noordzee.

Een senior lid van dit Genootschap heeft recent bekend na zijn academische studie bedrijfseconomie een faux pas te hebben gemaakt door zijn carrière te starten bij een niet nader te noemen ambtelijke organisatie. Ofschoon dit een weloverwogen carrière keuze was (de werkgever hield kantoor op loopafstand van zijn bed) kijkt hij thans met enige gêne terug op die tijd. Hij had destijds ook uitnodigingen op zak voor een internationale werkkring bij Philips, IBM en ABN Amro. Zijn aangeboren luiheid dreef hem echter in de tentakels der ambtenarij. De 2 jaar die volgden hebben zijn wereldbeeld danig gekleurd. Of beter: de man is voor zijn leven getekend.

Zijn dolkomische buitelingen in het ambtelijk ecosysteem zullen de komende tijd met smakelijke anekdotes bij Moreel Kompas worden gepubliceerd. In die twee jaar was er in elk geval aan één ding geen gebrek. Tijd. Veel tijd om met zaken bezig te zijn die in elk geval niets met het werk van doen hadden.

Als jonge academicus wist hij zich voortvarend in het 9 tot 5 ecosysteem in te passen. Hij begreep al snel dat verveling weliswaar in eerste termijn een bedrukkend effect op de geest heeft, maar intuïtief leidde dat tot gedrag waarbij voor de buitenwereld (collega’s) niet mocht blijken dat hij zich verveelde. Hij ging zich “drukker” voordoen dan hij het feitelijk had. Een afspraak maken kon pas over 3 weken want dan “had hij nog een gaatje”. Zijn manager werd bestookt met “vernieuwende ideeën” die verdere uitwerking vergden, hij ging dingen naar zich toe trekken. Hij werd deel van het systeem. Of beter: hij ging het systeem begrijpen en lanceerde initiatieven tot verfijning. Bij gebrek aan werk werd werk gecreëerd. Het beetje feitelijk werk werd daarbij als lastig ervaren of werd hem soms te veel. Er moesten efficiency maatregelen komen om dat te managen.

Een belangrijk principe in ambtelijke organisaties is de verdediging van de eigen positie. Men maakt zich bijvoorbeeld belangrijker dan men is door stukken te schrijven. Notities, rapporten en nota’s. Wie schrijft die mag blijven. Schrijven is, naast overleggen, dan ook een kernactiviteit van de ambtenaar.

Omdat elke ambtenaar dit principe begrijpt worden ambtelijke organisaties bedolven onder een stroom papier. In geval u de opstart van een papier vernietigingsbedrijf overweegt: richt u op ambtelijke organisaties. Notities, rapporten en nota’s schrijven is van levensbelang maar heeft als nadeel dat men onvermijdelijk geconfronteerd wordt met de schrijfsels van collega’s. De schijn van de eigen onmisbaarheid en belangrijkheid kan immers alleen worden opgehouden door collega’s in kennis te stellen van de zelf geproduceerde stukken. Zo zien collega’s dat helaas ook. Ambtenaren creëren zo veel nota’s, dat ze elkaar daarmee permanent bezighouden. Een inkomend stuk gaat van het ene bureau naar het andere. De ene ambtenaar maakt een concept-plan dat door een collega gelezen en waar nodig gecorrigeerd wordt. Om het uiteindelijk onder toetsing door een veelheid van andere collega’s disciplines bij een derde op het bureau te doen belanden ter bespreking, vaststelling, inpassing, uitvoering, monitoring, aanscherping, etc..

Ons lid, kennelijk ook destijds al een handige en non-conformistische jongen, heeft daarop een standaard formulier ontwikkeld om de stroom inkomende nota’s te managen. Om de schijn op te houden dat hij zich met gepaste interesse en zorg met de inhoud van betreffende nota had bezig gehouden en in het besef dat allerlei andere collega’s het wel zouden lezen en afhandelen, werd het volgende reactieformulier geïntroduceerd:

De afzender werd met gepuzzelde blik bedolven onder “meerwerk” door aankruisen van de meest krankzinnige vragen en had het gevoel gefaald te hebben omdat er zaken over het hoofd waren gezien.
Paulus was er via deze gestandaardiseerde reacties niet alleen vanaf en kon zich bezig houden met plezieriger zaken, collega’s begrepen dat zij met een serieuze vent te maken hadden die hun ambtelijke loopbaan kon maken of breken.

Hij wist zich met deze handelwijze niet alleen goed staande te houden, hij begon carrière te maken.
Maar daarover later meer.

De woekering en performance van het ambtenaren apparaat verklaard

De woekering en performance van het ambtenaren apparaat verklaard

De woekering en performance van het ambtenaren apparaat verklaard.

In Cuba aan de Noordzee is de verontrustende groei van de collectieve sector en de collectieve lasten toegelicht. Het Genootschap is vervolgens in werkgroep verband onder voorzitterschap van Drs. Bert Bakker op zoek gegaan naar de achterliggende verklaringen voor:

  • de gestage groei van de collectieve sector
  • de gestage groei van collectieve lasten en mislukte overheidsprojecten
  • de incompetentie en zelfingenomenheid van ambtelijke organisaties.

DE AUTONOME GROEI VAN HET AANTAL AMBTENAREN

De wet van Parkinson

De Engelse econoom Cyrill Northcote Parkinson (1909 – 1993) heeft onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van ambtelijke organisaties. Hij heeft bijvoorbeeld de statistieken van de Admiraliteit voor 1914 en 1928 onderzocht. Terwijl het aantal oorlogsschepen in 14 jaar daalde met maar liefst -67,7%, steeg het aantal ingezette werfarbeiders (+9,5%), werfmanagement & -ondersteuning (+40,3%) en ambtenaren op het betreffende ministerie (+78,5%).

Per saldo bleek een gemiddelde stijging van het aantal ambtenaren met 5,6 procent per jaar.

Vervolgens werd onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het aantal ambtenaren bij het Ministerie van Koloniën in Engeland over het tijdvak 1935-1954. Ook hier bleek het aantal ambtenaren structureel te zijn gegroeid, terwijl het aantal koloniën juist sterk was afgenomen. Een aantal landen hebben de Britten er uit gegooid. Parkinson constateerde dat het aantal ambtenaren gemiddeld met 5,89 procent per jaar steeg. Een percentage dat vergelijkbaar is met het percentage dat werd vastgesteld bij de Admiraliteit tussen 1914 en 1928. Was hier sprake van een wetmatigheid? Minder werk maar toch meer ambtenaren?

Na nog meer onderzoek rekende Parkinson uit dat het aantal mensen in een bureaucratie, ongeacht het werkaanbod, met 5,17 – 6,56% per jaar toeneemt.

Het mechanisme daarachter noemde hij onbescheiden: de Wet van Parkinson (1957): 

“Arbeid dijt uit naarmate er meer tijd beschikbaar is voor zijn voltooiing” 

De mate waarin een taak verricht moet worden en in belangrijkheid en ingewikkeldheid uitdijt, is recht evenredig met het beschikbare tijdsbestek om die taak uit te voeren. Onder tijd wordt hier verstaan zowel de feitelijk benodigde capaciteit in manuren als ook de doorlooptijd. 

Een toenemend aantal ambtenaren wijst dus niet op een groeiende hoeveelheid werk. De stijging van het aantal ambtenaren wordt geheel en al bepaald door de Wet van Parkinson en is afhankelijk van twee factoren:

  • een ambtenaar wil meer ondergeschikten (en geen concurrenten);
  • ambtenaren scheppen werk voor elkaar;

Het Genootschap voegt hier nog twee factoren aan toe:

  • als een taak wijzigt of verschuift, wordt een ambtenaar niet ontslagen (dat is zielig) maar wordt er vervangend werk voor hem gezocht;
  • ambtenaren leven niet onder de gesel van de markt, waarbij een teveel aan personeel kostprijs en rendement van een onderneming onder druk zet waardoor een bedrijf zich uit de markt prijst. Er is geen mechanisme dat een rem op de groei van het aantal ambtenaren zet.

Een casus ter verduidelijking
Stel u een ambtenaar voor: X. X meent dat hij overwerkt is. Er zijn dan een aantal mogelijkheden. Hij kan zich ziek melden, ontslag nemen, een andere baan zoeken, vragen zijn werk te mogen delen met een collega, er in berusten of hij kan zijn leiding verzoeken om twee ondergeschikten aan te stellen. Volgens Parkinson is er “in de geschiedenis geen enkel geval bekend” van een ambtenaar die een ander dan het laatste alternatief verkoos. Werk delen met een collega bijvoorbeeld is namelijk “niets anders doen dan een rivaal inschakelen” voor de functie direct boven die van X. Een andere baan zorgt voor pensioenbreuk, onzekerheid, etc. Ontslag nemen zonder alternatief durft niemand.

X raakt een gevoelige snaar bij zijn baas. De functie van zijn baas krijgt daarmee ook een opwaardering. Nu moeten de twee nieuwe ondergeschikten van X onafscheidelijk van elkaar zijn. Hun werk moet nauw met elkaar samenhangen, maar ze doen elk slechts een deel van wat X deed. Zo hebben ze minder status dan X en de twee ondergeschikten zijn elkaars concurrenten, die elkaar in toom houden uit angst dat de ander wordt gepromoveerd. Een uitstekende zet voor X, aangezien hij zijn positie moet beschermen! Bovendien heeft X kennis en kunde van de werkzaamheden van zijn beide ondergeschikten en ‘kennis is macht’. Op den duur zal ook één van zijn ondergeschikten klagen over de hoge werkdruk, en u raadt het al: er wordt geadviseerd tot aanstelling van twee nieuwe assistenten. De andere ondergeschikte blijft niet achter en wil zijn positie behouden en wil ook twee ondergeschikten (en daarmee funding voor een nieuwe caravan). Zeven ambtenaren doen dan het werk dat ooit één ambtenaar uitvoerde.

Vervolgens komt factor twee in beeld. Deze zeven ambtenaren creëren zo veel werk, dat ze elkaar druk bezighouden. Een inkomend stuk gaat van het ene bureau naar het andere bureau en een ander maakt een concept-plan dat weer door een ander gelezen en waar nodig gecorrigeerd wordt en vervolgens bij een derde op het bureau belandt ter accordering, enz. U begrijpt het al: ambtenaren houden elkaar van de straat. Werk schept werk.

In geval de wetgever of beleidsmakers taken van ambtenaren wijzigen of taken vervallen, wordt niemand ontslagen maar wordt er vervangend werk gezocht (factor 3). Dat wordt niet afgestraft want er is geen marktwerking: de belastingbetaler financiert dit “werk”. Het wordt betaald van de grote hoop aan belastinginkomsten (factor 4).

Zie hier de verklaring voor het feit dat het aantal ambtenaren autonoom groeit. Of er nu werk is of niet maakt niet uit. Een vorm van verborgen werkloosheid.

Zoals aangegeven becijferden wij in Cuba aan de Noordzee reeds dat in 20 jaar tijd het aantal banen in de collectieve sector met 40,4% is gestegen. Inmiddels is 1 op de 3 banen in Nederland een baan in de collectieve sector. Gemiddeld was dat een stijging van 2,02% per jaar. In een tijd dat kabinetten (Balkenende en Rutte I en II) actief doende waren de groei van de collectieve sector te beteugelen. Vandaar dat deze jaarlijkse groei aanzienlijk lager is dan de groei conform Parkinson. Desalniettemin was er 2% groei. Waarbij de groei in totale loonkosten overigens aanzienlijk hoger was dan de groei in banen in die periode van 20 jaar.

DE AUTONOME GROEI VAN DE COLLECTIEVE LASTEN
Parkinson ging door met zijn baanbrekende onderzoek naar ambtenaren. Zo ontdekte hij een belangrijke reden waarom het uitgeven van geld door de overheid nooit stopt. En grotere, complexe projecten meestal mislukken. En niet in control zijn c.q. altijd duurder uitvallen dan voorzien. En dat allemaal naast de groeiende loonkosten van de collectieve sector door de autonome groei van het aantal ambtenaren en voortdurende looneisen. 

Dit komt voort uit de trivialiteitswet van Parkinson (Parkinson’s law of triviality), later ook bekend als “the colour of the bike shed (de kleur van het fietsenschuurtje)”. 

De trivialiteitswet (1957) zegt: 

“De hoeveelheid tijd die in vergaderingen wordt besteed aan een onderwerp, is omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid geld en complexiteit die ermee gemoeid is”

Hijzelf gebruikte als voorbeeld het bouwen van een kerncentrale: dat is zo kostbaar en zo ingewikkeld dat de meeste mensen dit niet kunnen bevatten, dus ze nemen aan dat degenen die ermee bezig zijn het wèl kunnen overzien en “weten wat ze doen”. Aan de andere kant snapt iedereen het bouwen van een schuurtje of de aanschaf van een nieuwe koffie automaat, dus dat resulteert in eindeloze discussies. Iedereen wil er zijn persoonlijk tintje aan geven en laten weten dat hij er is. Het gevolg is dat er op vergaderingen veel meer tijd besteed wordt aan het schuurtje dan aan de kerncentrale.

Parkinson gaf wel aan dat er een grens is aan de trivialiteit: als het bedrag zeer gering is, zoals de prijs van een potlood, dan vindt men het de discussie niet waard en is de wet niet meer geldig.

De vierde wet van het Eucalyptisch Genootschap luidt als volgt:

“Niets is zo makkelijk als geld uitgeven van een ander”

Ambtenaren geven per definitie het geld uit van anderen waardoor een neiging tot spaarzaamheid ontbreekt.

INCOMPETENTIE IN AMBTELIJKE ORGANISATIES
Voortbordurend op het werk van Parkinson heeft Laurence J. Peter (1919 – 1990) onderzoek gedaan naar het functioneren van hiërarchische organisaties. Ambtelijke organisatie zijn sterk hiearchisch gestructureerd. Baas boven baas. Het “Peter Principle” is als volgt geformuleerd:

“In een hiërarchie klimt elke werknemer op tot zijn niveau van onbekwaamheid. (In het oorspronkelijke Engels: In a hierarchy every employee tends to rise to his level of incompetence.”)”

Het door Peter beschreven “mechanisme” werkt aldus dat een werknemer die in zijn eerste functie binnen de hiërarchie goed functioneert, in beginsel in aanmerking komt voor promotie naar een hogere functie. Indien hij in die volgende functie ook goed functioneert, staat de weg naar een volgende hogere functie, indien beschikbaar, weer open. Dat proces stopt pas wanneer de werknemer na zijn promotie niet meer zoals verwacht blijkt te functioneren. Terugplaatsing in zijn vorige functie is helaas niet mogelijk: zowel de werknemer als de organisatie zouden daarmee impliciet toegeven een beoordelingsfout gemaakt te hebben (Genootschap: “De wet ter voorkoming van blamages”). De werknemer blijft dus in zijn functie gehandhaafd ondanks dat hij niet voldoet in die functie. Peter geeft in zijn boek een groot aantal fictieve en hilarisch geformuleerde voorbeelden van deze situaties: meestal gaat het om leidinggevende taken die de werknemer niet blijkt aan te kunnen. De werknemer slaagt er in die voorbeelden niet in zich de benodigde kennis eigen te maken (of doet daar ook geen pogingen toe). Hij blijft ofwel zijn oude werk doen, zonder datgene te doen wat hij in zijn nieuwe baan eigenlijk zou moeten doen, ofwel ontwikkelt hij een aantal verdedigings- en verdringingsmechanismen om zijn slechte functioneren te maskeren. Hij gaat bijvoorbeeld onevenredig veel aandacht besteden aan zaken die voor een goede uitvoering van zijn werk volstrekt irrelevant zijn.

Peter stelt dat als dit proces maar lang genoeg doorgaat, elke werknemer uiteindelijk op de plek zit waarin hij niet functioneert. Indien alle werknemers in een hiërarchie dit niveau bereikt hebben, is de hoeveelheid verricht nuttig werk nul, aldus Peter.

Zelfcorrigerend vermogen heeft een dergelijke organisatie helaas niet.

Dat is ondermeer te wijten aan het “Dunning-Kruger Effect” en de “Self-serving bias”.


A. Dunning-Kruger Effect
Het Dunning-Krugereffect is een psychologisch verschijnsel. Het treedt op bij incompetente mensen die juist door hun incompetentie het metacognitieve vermogen ontberen om in te zien dat hun keuzes en conclusies veelal verkeerd zijn. Het verschijnsel is vernoemd naar David Dunning en Justin Kruger die het niet bedachten maar er wel onderzoek naar deden en erover publiceerden.

“Incompetente mensen overschatten nogal eens hun eigen kunnen en daardoor wanen ze zich bovengemiddeld competent.” 

Mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn, hebben daarentegen de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. Minder competente mensen slaan zodoende hun eigen capaciteiten hoger aan dan zij die veel competenter zijn. Dat kan een verklaring zijn voor het gebrek aan intellectueel zelfvertrouwen waar sommige competente mensen mee kampen: zij gaan ervan uit dat anderen net zo capabel zijn als zijzelf. Incompetente mensen vergissen zich dus doordat ze zichzelf te hoog inschatten, terwijl competente mensen zich vergissen doordat ze anderen te hoog inschatten.

Dunning heeft het effect wel vergeleken met anosognosie, een aandoening waarbij iemand met een lichamelijke handicap zich hiervan onbewust lijkt te zijn of zijn handicap ontkent, ook in het geval van zware handicaps zoals blindheid of verlamming.

B. Self-serving bias
Self-serving bias is een term uit de sociale psychologie die deel uitmaakt van de attributietheorie. Deze vorm van de attributiefout of bevooroordeling houdt in dat: 

Mensen schrijven succes toe aan interne factoren (interne attributie) zoals hun eigen capaciteiten of talenten, terwijl ze hun falen aan externe factoren toeschrijven (externe attributie) zoals de omstandigheden of fouten van anderen.”

Bij hulpverleners bijvoorbeeld komt het voor dat ze de genezing toeschrijven aan hun therapie, interventie of geneeskunde. Iedereen vindt zichzelf effectief en belangrijk hierin. Als het misgaat met een behandeling, wordt dit geweten aan omstandigheden die buiten de mogelijkheden van de behandelaar liggen. Ambtenaren maken geen fouten. Niet geslaagd beleid wordt veroorzaakt door “externe factoren”. Zoals de burger.

Ambtenaren hebben de neiging zichzelf belangrijk te vinden en doen bij moeilijke vragen graag de luiken dicht. Zie: De Corona Files. Een zichzelf instandhoudende gemeenschap. Zonder verdienmodel en zonder eigen inkomsten.

Gezeur om meer geld… mooi moment om harde voorwaarden te stellen

Gezeur om meer geld… mooi moment om harde voorwaarden te stellen

Het Genootschap werd getriggerd door een excellent artikel in Wynia’s Week van de hand van Paul Verburgt. Zowel inhoudelijk als qua schrijfstijl een pareltje.

De strekking van dit artikel is dat het in deze tijd van kabinetsformatie (maar ook jaarlijks voorafgaand aan Prinsjesdag) usance is vanuit allerlei sectoren van de maatschappij te schreeuwen om meer geld. Nu is immers het moment waarop principekeuzes worden gemaakt omtrent de verwerving en aanwending van financiële middelen. Nu worden beleidskeuzes gemaakt. De kennelijke opvatting is dat “als er geen reuring wordt veroorzaakt over de vermeende noodzaak tot meer geld”, een sector mogelijk achteraan staat bij de verdeling van de beschikbare middelen. Tevens wordt daarmee impliciet ingespeeld op de breed gedragen misvatting dat “meer geld” de oplossing voor problemen is. Het is voorts gebruikelijk de roep om meer geld te larderen met opgeklopte verhalen die hel & verdoemenis voorspellen. Zoals over een “stuwmeer aan uitgestelde zorg“. Deze stelt echter betrekkelijk weinig voor: opgelost in zegge en schrijve tussen 11,3 en 14,0 operatiedagen.

In genoemd artikel wordt met name ingezoomd op de situatie van de sector: “universiteiten” waarbij een nadrukkelijk pleidooi wordt gehouden aan additioneel te verstrekken middelen nadere voorwaarden te verbinden. Niet vrijblijvend, maar bindend.

Vanuit het perspectief van de belastingbetaler een uitstekende gedachte. Maar ook vanuit het perspectief van de burger in algemene zin. De burger die behoefte heeft aan hoogwaardige instituties met excellente resultaten.

Met het functioneren van die overheid en instituties is het momenteel niet zo best gesteld. Voorbeelden zijn de toeslagen affaire (belastingdienst), elk jaar weer mislukkende ICT projecten (de Nederlandse overheid verspilt jaarlijks tussen de 1 en 5 miljard euro door ICT-mislukkingen. Deze “veilige schatting” presenteerde de parlementaire onderzoekscommissie die onderzoek deed naar ICT-projecten (bron)), de miserabele kwaliteit van het onderwijs (de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen is inmiddels gedaald tot onder het OESO-gemiddelde, waardoor bijna 1 op de 5 jongeren het risico loopt laaggeletterd te worden), het zoek raken van bonnetjes bij het ministerie van VWS ad. ruim € 5 mrd. in het kader van de corona bestrijding, etc.. 

Daarbij wordt de kloof tussen de “ambtelijke wereld” en de burger steeds groter. De transparantie van de overheid over haar doen en laten wordt steeds kleiner (De Corona Files). Het dedain naar de, de overheid financierende, burger is inmiddels tenenkrommend. Dat is niet prettig, temeer daar de collectieve sector maar blijft groeien. Inmiddels is 1 op de drie (!) banen in Nederland een baan in de collectieve sector. Zie ter zake ons licht deprimerende feuilleton: Cuba aan de Noordzee

In een dergelijke setting is meer geld bijna nooit de oplossing. Enkele hardliners binnen de gelederen van het Genootschap, zoals Prof. Dr. Akkermans, zijn zelfs van oordeel dat minder geld veel problemen oplost. Minder geld leidt tot betere en scherpere keuzes. Meer focus op de kerntaken. Zoals Akkermans het kernachtig verwoordt: “cut the crap”. Hij stelt: “Meer geld maakt lui. Rupsje nooit genoeg overlijdt uiteindelijk aan obese vervetting”. Akkermans, autoriteit op het gebied van de wetten van Parkinson, wordt nadrukkelijk genoemd voor een functie in het volgende kabinet.

In het artikel van Verburgt wordt opgeroepen aan meer geld voor de universiteiten nadrukkelijke voorwaarden te koppelen zoals:

  • herstel van het vrije woord
  • doorvoeren van integere arbeidsverhoudingen
  • stoppen met de mechanisering van het onderwijs 
  • en echt snijden in de overhead.

Wat ons betreft een goede denkrichting maar uiteindelijk, behalve het laatste punt, “slappe hap” en formuleringen waar je alle kanten mee op kunt. Onvoldoende helder en onvoldoende meetbaar.

In onze perceptie functioneert de wetenschappelijke wereld met daarin de rol van de universiteiten volstrekt onvoldoende. Het is een in zichzelf gekeerde club geworden. Een open wetenschappelijke mind op zoek naar confrontatie van inzichten teneinde wetenschap en mensheid stappen voorwaarts te laten maken, ontbreekt in hoge mate. Wetenschap en universitair onderwijs zijn ordinaire verdienmodellen geworden. In een dwangbuis van belangen, afhankelijkheden, publicatie targets, hiërarchische verhoudingen, geleur voor financiering, cultuurproblemen, etc.. 

Waar was de universitaire wereld toen een “hobby viroloog” als Maurice de Hond stelselmatig de wetenschappelijke inzichten challengde door internationale wetenschappelijke publicaties te verzamelen en te verwerken op het gebied van aerosole besmettingen? In plaats van elk verfrissend idee in de traditie van Karl Popper te omarmen, werd de man geridiculiseerd en kaltgestelt. Er was duidelijk sprake van het “not invented here syndroom”. Hij is niet iemand van ons. Dus dat moeten we niet hebben. Maar wat blijkt? De hele wetenschappelijke virologen goegemeente staat de facto in zijn hemd want de “amateur” heeft gelijk. Het RIVM kwam met haar “pocherige wetenschappelijke basis” niet verder dan handen wassen, mondkapjes en 1,5 meter afstand als het om de besmettingsroutes ging. Waar waren de draaiboeken voor pandemieën? Die waren er niet. Waarom zijn de modellen waarop het RIVM haar beleidsadviezen in de (volgens Hugo de Jonge) “grootste medische crisis ooit” baseert niet openbaar voor brede wetenschappelijke toetsing? Een wetenschappelijke blamage. Niet alleen van het RIVM overigens. Iedereen heeft recht op een incidenteel zwak moment waarin hij bijvoorbeeld blijk geeft enigszins losgezongen te zijn van de maatschappelijke werkelijkheid. Maar het moet niet te gek worden. De wetenschap verdient in brede zin een opfrisbeurt.


Wat betreft de handelswijze van het RIVM en het bewaken van de wetenschappelijke cultuur en integriteit zij tevens verwezen naar: www.virusvaria.nl.

Het Genootschap heeft derhalve een aantal concrete en meetbare aanvullende voorwaarden bij verdere universitaire budgetverruimingen:

  • versobering leaseregelingen: normaal personeel een grijze Ford Fiesta, management een blauwe Ford Fiesta;
  • schrappen van alle studierichtingen waarvan evident is dat uitzicht op werk (en daarmee een stuk terugverdiencapaciteit voor tijdens de studie gemaakte maatschappelijke kosten) onvoldoende is. Akkermans: “wij hebben teveel egyptologen”;
  • stoppen met elke vorm van funding door het bedrijfsleven;
  • budgettair volledig scheiden van de exploitatie van de wetenschappelijke- en de onderwijszijde van de universiteit;
  • alle medewerkers van universiteiten gaan integraal uren schrijven. De belastingbetaler wenst te weten wat men zoal uitvoert;
  • alle patenten en octrooien zijn maatschappelijk- en dus collectief eigendom;
  • beloning voor dwarse denkers middels de instelling van de maandelijkse Karl Popper prijs ad € 1 mln. voor de wetenschapper die blijk geeft de meest onafhankelijke denker te zijn;
  • verplicht publiceren (eventueel geanonimiseerd) van alle onderzoeks- en afstudeerscripties. Deze zijn betaald met belastinggeld en de resultaten zijn in die zin publiek eigendom. Het is absurd dat dit nog steeds niet het geval is, terwijl bijvoorbeeld het MKB van deze kennis uitstekend zou kunnen profiteren. Publiek toegankelijk via internet;
  • 4 jaarlijks rouleren van het bestuur over de instellingen. Wisselingen in bestuur en daarmee in bestuurscultuur zorgen voor meer dynamiek en een frissere bedrijfsvoering;
  • persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders voor optredende exploitatietekorten;
  • alle universiteiten dienen één uniform administratief ICT platform te hanteren, er is geen geld voor het uitvinden van lokale wielen;
  • buitenlandse studenten studeren voor eigen rekening;
  • jaarlijks toepassen: “zero based budgetting”. Het budget van een universiteit is niet het budget van vorig jaar plus of min een aantal mutaties. Nee het budget is nul (zero), tenzij middels briljante plannen kan worden aangetoond waarom de belastingbetaler überhaupt de portemonnee dient te trekken.

Een blauwe Ford Fiesta, de droom van elke universiteitsbestuurder.

Verdere, de geest van universitaire bestuurders verfrissende, voorstellen kunt u desgewenst bij onze Redactie verkrijgen.